Weekly Rente – ECB beëindigt sterilisatie SMP-programma

door: Nick Kounis

Door de hoger dan verwachte inflatie in februari is de kans afgenomen dat de ECB deze week de rente verlaagt. Wij blijven derhalve bij ons standpunt dat de centrale bank de rente per saldo ongewijzigd laat. Wel is volgens ons beëindiging van de sterilisatie van het SMP-programma door stopzetting van de absorption tender nog steeds waarschijnlijk. Ook verwachten wij dat de ECB de deur openhoudt voor een renteverlaging bij een volgende vergadering.

Inflatiecijfers eurozone in februari lijken onlogisch – daling verwacht in komende maanden

De inflatie in de eurozone bleef in februari verbazend stabiel op 0,8%. De consensusraming was een afname naar 0,7%, terwijl wij uitgingen van 0,6%. De uitkomst is nogal vreemd want deze lijkt niet in overeenstemming met de daling van de inflatie in Duitsland (-0,2 procentpunt), Spanje (-0,3 procentpunt) en Italië en België (beide -0,1 procentpunt). Mogelijk is de inflatie in Frankrijk, waar de cijfers nog niet bekend zijn gemaakt, omhooggeschoten maar dit zou moeilijk te verklaren zijn. Het is dan ook goed mogelijk dat het inflatiecijfer bij de definitieve vaststelling neerwaarts wordt herzien. Uit de componenten van het inflatiecijfer voor de eurozone bleek dat de kerninflatie is gestegen van 0,8% naar 1% door een forse toename van de goederenprijsinflatie; dit valt echter moeilijk te rijmen met de zwakke wereldwijde prijsontwikkeling voor goederen, de lage grondstoffenprijzen en de kracht van de euro, waardoor de importprijzen zijn gedaald. Tegenover de gestegen kerninflatie stond een forse vertraging van de inflatie van voedsel- en energieprijzen. Wij denken nog steeds dat de inflatie in de komende maanden verder zal afzwakken als gevolg van de onbenutte capaciteit in de economie, dalende importprijzen en een verdere vertraging van de stijging van de retailprijzen voor voedingsmiddelen.

ECB laat rente deze week waarschijnlijk ongewijzigd maar zal sterilisatie van SMP-programma mogelijk beëindigen en de deur openlaten voor verdere stappen

Door de hoger dan verwachte inflatie is de kans afgenomen dat de ECB deze week de rente verlaagt. Wij blijven bij ons standpunt dat de centrale bank de rente per saldo ongewijzigd laat. Een aantal leden van de Raad van Bestuur heeft aangegeven nog niet overtuigd te zijn van het nut van een negatieve depositorente en het lijkt er dan ook op dat de inflatie nog verder moet afzwakken voordat deze stap concreet in zicht komt. Wel is volgens ons beëindiging van de sterilisatie van het SMP-programma door stopzetting van de absorption tender nog steeds waarschijnlijk. Het liquiditeitsoverschot is verder afgenomen (zie grafiek) en met de beëindiging van de absorption tender zou het liquiditeitsoverschot met ongeveer EUR 175 mld kunnen oplopen, waardoor de korte interbancaire rente worden gedrukt (zie grafiek). Bovendien zou de ECB hiermee een duidelijk signaal afgeven dat zij vastbesloten is voorlopig een verruimend monetair beleid te blijven volgen. Ook verwachten wij dat de ECB de deur openhoudt voor een renteverlaging bij een volgende vergadering, gezien de kans dat de inflatie de neerwaartse trend weer oppakt.

 

 

Verwachte verruiming steunt staatsobligaties eurozone

Europese staatsobligaties ondervonden het grootste deel van de week steun van de verwachting dat de ECB het monetaire beleid verder zal verruimen. Deze verwachting werd in de hand gewerkt door de eerste inflatiecijfers uit een aantal lidstaten, die wezen op een verdere daling van de inflatie. Daarnaast werden er zwakke cijfers voor de geldhoeveelheid en bancaire kredietverlening gepubliceerd. Op vrijdag deed zich echter een forse omslag voor doordat de inflatiecijfers voor de totale eurozone tegenvielen. Als de ECB de sterilisatie van het SMP-programma beëindigt, zoals wij verwachten, zal dit waarschijnlijk een neerwaarts effect hebben op de korte rente en de verwachtingen ten aanzien van de korte rente. Dit kan vooral steun bieden aan het middenstuk van de curves voor Europese staatsobligaties, aangezien er een sterke relatie bestaat tussen de korte-renteverwachtingen en het 5-jaars rendement.