Latijns-Amerika: Moet de wal het schip keren?

door: Marijke Zewuster

140205-Latam1.pdf (41 KB)
Download

De groei in Latijns-Amerika zal naar verwachting aantrekken van 2,4% in 2013 tot 3% in 2014. Deze raming is gebaseerd op een aantrekkende groei in Colombia, Mexico en Peru en een stabilisatie van de groei in Brazilië en Chili. De onzekerheden zijn echter groot. Valt de export tegen of dalen de grondstoffenprijzen sterker dan verwacht, dan zal dit ten koste gaan van de groei. Latijns- Amerika zet niet de koers uit maar deint mee op de golven van de mondiale economie. Dat betekent niet dat economische fundamenten onbelangrijk zijn. Integendeel, deze bepalen welke landen sterk genoeg zijn om ook in woeliger vaarwater het roer recht te houden en voor welke landen de wal het schip moet keren.

Colombia aan kop

Kijken we naar de zeven grootste landen en laten we Argentinië, gezien de onbetrouwbaarheid van de cijfers, buiten beschouwing, dan nam Colombia in het derde kwartaal van 2013 het stokje over van Peru als sterkste groeier. De groei zal in Colombia geleidelijk iets afvlakken. De grootschalige investeringen in de mijnbouw zijn inmiddels gedaan en iets minder gunstige grondstofprijzen zullen tot een lagere toename van de exportinkomsten leiden, maar met een verwachte groei tussen de 4 en 4,5% blijft deze aanzienlijk.

 

Mexico behoort momenteel tot de zwakste groeiers, maar de verwachting is dat de groei dit jaar aanzienlijk hoger uit zal vallen. De hoop is daarbij vooral gevestigd op het verder aantrekken van de Amerikaanse economie. Samen met een sterk verbeterde concurrentiepositie en de positieve impuls die naar verwachting uit zal gaan van de hervormingen in de energiesector moet dit ervoor zorgen dat dit jaar het land weer aansluiting vindt bij kopgroep. Ook wat de groeivooruitzichten voor Chili en Peru betreft, blijven we optimistisch. We gaan ervan uit dat een sterk blijvende vraag naar koper, samen met de impuls die uitgaat van een soepeler monetair beleid, ervoor zorgt dat de groei rond het niveau van 2013 zal uitkomen. Voor Chili geldt bovendien dat de recente depreciatie van de peso de export van agrarische producten een stimulans kan geven. Onze groeiverwachting voor Brazilië blijft het meest risicovol. Aan de ene kant zal dit jaar de invloed van een stringenter monetair beleid voelbaar zijn, maar ook hier zal de sterke depreciatie van de munt samen met een nog iets expansiever budgettair beleid – in aanloop naar het WK voetbal in juni en de verkiezingen in oktober – de groei juist een impuls kunnen geven. Grote vraag is wat de directe investeringen vanuit het buitenland gaan doen. Tot nu toe blijven die aanzienlijk, zij het onvoldoende om het tekort op de lopende rekening te dekken. Daarnaast kan de zwakkere wisselkoers een verder stijging van de inflatie met zich meebrengen, waardoor een nog verdere verhoging van de rente noodzakelijk wordt. Gezien de onzekerheden hebben wij onze groeiraming aangepast van 3% naar 2,5%. Daarbij gaan we ervan uit dat de externe sector een positieve bijdrage levert aan de groei, maar dat dit niet voldoende is om te compenseren voor een minder uitbundige groei van de particuliere consumptie.

Toegenomen externe onevenwichtigheden zijn het grootste risico voor ons groeiplaatje voor de korte termijn. Het afgelopen jaar was in de meeste landen sprake van een verslechtering van de handelsbalans als gevolg van dalende prijzen voor zowel agrarische grondstoffen als metalen, en een minder sterke exportvraag. Dit was ook de belangrijkste oorzaak van een toenemend tekort op de lopende rekening in de regio. Van de ‘grote zeven’ hadden vier landen een tekort op de lopende rekening dat boven 3% uitkwam. Alleen voor Brazilië gold echter dat de directe buitenlandse investeringen onvoldoende waren om te compenseren voor dit tekort. Ook hierdoor behoort Brazilië tot de meest kwetsbare landen van de regio.

 

Inflatie blijft sterk uiteenlopend beeld vertonen

Hoe hoger de groei, hoe lager de inflatie, lijkt het beeld in Latijns-Amerika. Zo hoort Colombia niet alleen tot de top wat groei betreft, het behoort ook samen met Chili en Peru tot de landen met de laagste inflatie. Gemiddeld over 2013 lag de inflatie in Chili, Colombia en Peru onder de 3%. In Mexico kwam, met een groei van amper 1% de inflatie op bijna 4% uit en in Brazilië bedroeg de inflatie net iets meer dan 6%. Venezuela en Argentinië spanden de kroon. In Argentinië gaan onofficiële schattingen uit van een inflatie van rond de 25% en in Venezuela liep de inflatie op van iets meer dan 20% aan het begin van het jaar tot 50% aan het eind van het jaar. Dat het juist de landen met een lage groei zijn die een hoge inflatie kennen, heeft alles te maken met de structurele onevenwichtigheden in deze landen en een overheidsbeleid dat zorgt voor een misallocatie van goederen en diensten.

Ondanks het heel prille herstel dat zich in 2013 in Brazilië aftekende, was de centrale bank daardoor genoodzaakt om de scherpe monetaire verruiming in de periode daarvoor weer terug te schroeven. In Chili, Colombia en Peru konden de monetaire autoriteiten juist hun teugels laten vieren. In deze drie landen is er ruimte om de rente verder te verlagen en zo de groei zo nodig te stimuleren. Gezien de ontwikkeling van de conjunctuur denken we dat Chili de rente dan ook nog iets zal verlagen. Peru zal eerder pas op de plaats maken en in Colombia zit, gezien de groeicijfers, mogelijk zelfs een renteverhoging in het vat.

 

Een vol verkiezingsjaar

Hoewel de politieke situatie in de meeste landen redelijk stabiel is, zal de politiek de komende tijd ook een belangrijke rol spelen. De verkiezingsagenda is redelijk vol en mede hierdoor zal de roep om minder corruptie, beter onderwijs en een minder scheve inkomensverdeling ook het komend jaar luid blijven klinken. In zeven landen vinden dit jaar verkiezingen plaats. Costa Rica en El Salvador bijten de spits af met verkiezingen in februari, gevolgd door Colombia en Panama in mei en Bolivia, Brazilië en Uruguay in oktober. In Chili zijn eind vorig jaar verkiezingen geweest. Met de overwinning van voormalige president Michelle Bachelet van de socialistische partij op de zittende centrumrechtse president Pinera, lijkt de verschuiving naar links op het continent zich voort te zetten. Ook in kleinere landen in Midden-Amerika als Costa Rica en El Salvador is de verwachting dat presidentskandidaten van linkse partijen de verkiezingen zullen winnen. In de landen met links georiën-teerde regeringen blijft naar verwachting de status quo gehandhaafd. De recente onrust en demonstraties in Brazilië lijken een vierde termijn voor de arbeiderspartij (PT) en een tweede termijn voor de huidige presidente Dilma Rousseff niet in de weg te staan. In Uruguay is net als in Chili een tweede opeenvolgende termijn niet toegestaan, maar ook hier is de kans groot dat het linkse Frente Amplio, nu opnieuw met Tabare Vazques (president van 2005 tot 2010) als kandidaat, aan de macht blijft. In Bolivia heeft de rechter de weg vrijgemaakt voor een derde termijn van president Morales. Grootste uitzondering is Colombia, waar het waarschijnlijk lijkt dat de huidige conservatieve president Juan Manuel Santos aan de macht blijft. Een verschuiving naar links lijkt in ieder geval uitgesloten. Zijn belangrijkste tegenstander, Oscar Zuluaga, zit ook aan de rechterzijde van het politieke spectrum. In geen van de genoemde landen verwachten we dat er een drastische verandering van het economisch beleid zal plaatsvinden, maar wel zal de nadruk meer komen te liggen op meer inclusieve groei. De uitdagingen zullen hoe dan ook groot zijn nu het laaghangende fruit van de grondstoffenboom geplukt is, de risicoaversie is toegenomen en de groei vooral van de investeringen en export moet komen.

Argentinië blijft een geval apart

Meer nog dan in welk ander land in de regio, worden de economische vooruitzichten in Argentinië bepaald door de politiek. Investeerders lijken de afloop van de presidentsverkiezingen die pas eind 2015 plaatsvinden af te wachten en de kapitaalvlucht neemt alleen maar toe. De sojabouw is op dit moment vrijwel de enige constante bron van deviezen. Een record sojaoogst zorgde vorig jaar voor een sterke groei, maar de rest van de economie verkeert steeds meer in zwaar weer. Een goede oogst en allerlei importbeperkende maatregelen konden bovendien niet voorkomen dat de lopende rekening het afgelopen jaar een klein tekort vertoonde. Het tekort op de lopende rekening en de kapitaalvlucht versnelden de forse daling van de deviezenreserves en leidde uiteindelijk begin dit jaar tot een depreciatie van de munt. De overheid probeert met man en macht het tij te keren en zo ook een nieuwe wanbetaling te voorkomen. De komende maanden zal de opbrengst van de sojaoogst wat dat betreft ook weer wat lucht kunnen geven. Op de langere termijn is het noodzakelijk dat er eindelijk schoon schip gemaakt wordt met de nog uitstaande kwesties van de vorige schuldencrisis en dat het investeringsklimaat drastisch verbetert. De gevolgen van de economische malaise op de rest van de regio lijken gering. Handelsrelaties zijn beperkt en de problemen van het land zijn van een totaal andere orde. Dat neemt niet weg dat in een periode van toegenomen risicoaversie, eventuele schuldproblemen in Argentinië net de druppel kunnen zijn die de emmer ook elders doet overlopen.

Deze publicatie is onderdeel van de kwartaal publicatie “Emerging Markets Visie 1e kwartaal 2014”

This publication is part of the Quarterly publication “Emerging Markets Outlook 2014Q1”