Japan: Abenomics werkt, maar voor hoe lang nog?

door: Philip Bokeloh

140205-Japan.pdf (60 KB)
Download

De economie trekt aan. De BBP-groei bereikte 2,3% j-o-j in het derde kwartaal. Ondertussen liep ook de inflatie op tot 1,6%. De inflatiestijging hangt echter deels samen met de depreciatie van de yen en met de hogere energieprijzen. De inflatie wordt pas duurzaam wanneer loonstijgingen tot extra consumptie aanzetten. Bedrijven zijn echter terughoudend met salarisverhogingen. Indien de uitkomst van de volgende loononderhandelingen tegenvalt, zijn verdere monetaire verruimingen geboden. Dit vooruitzicht zorgt voor neerwaartse druk op de koers van de yen.

Hervormingen op de agenda

De regering zet alles op alles om door middel van monetaire en fiscale stimulering en structurele hervormingen de deflatoire spiraal te doorbreken. De centrale bank hoopt met behulp van een inflatiedoelstelling van 2% en een zeer ruim monetair beleid de inflatieverwachtingen om te buigen. Gelet op de hogere inflatie is dit programma succesvol. Hetzelfde geldt voor de fiscale stimulering. Extra publieke investeringen hebben de BBP-groei een impuls gegeven. De grootste twijfels zijn er over de structurele hervormingen.

 

De regering wil de elektriciteitsmarkt liberaliseren. Als de opwekking en de distributie van energie zijn losgekoppeld, kunnen de hoge elektriciteitstarieven dalen. Ook de medische sector gaat op de schop. Schaalvergroting brengt efficiency-verbeteringen binnen bereik. Verder krijgen nieuwe toetreders en innovaties een kans wanneer de toegangsbarrières in de landbouw zijn weggenomen. Flexibilisering van de arbeidsmarkt dient de overgang van werknemers van oude naar nieuwe industrieën te vergemakkelijken. En als meer vrouwen participeren op de arbeidsmarkt, blijft hun talent niet langer onderbenut. Een centrale rol bij de aanpassingen vormen de internationale handelsbesprekingen. Vrij verkeer van goederen, personen, kennis en kapitaal helpt de productiviteit te verhogen.

Hoe ambitieus de huidige hervormingsplannen ook mogen zijn; het is allerminst zeker of de beoogde productiviteitsverbetering ermee wordt gehaald. Om te beginnen vergen de hervormingen een lange adem. Het zal bijvoorbeeld jaren duren voordat de aanpassingen in de energiesector zijn doorgevoerd. Verder vereisen de hervormingen politieke steun. Maar uit de laatste enquêtes blijkt dat de regering aan populariteit inboet nu sommige hervormingen pijn beginnen te doen.

Het grootste bezwaar van de voorgenomen hervormingen is dat ze het probleem van de financiële onevenwichtigheden niet glad strijken, maar eerder verergeren. Terwijl de private sector spaart, ontspaart de overheid. De tekorten bij de overheid worden weerspiegeld in overschotten bij het bedrijfsleven. Deze onevenwichtigheid zal eerder toe- dan afnemen wanneer de belastingen op bedrijfswinsten in april met 2,4 procentpunt worden verlaagd.

De regering wil met de belastingverlaging bedrijven stimuleren om te investeren. De laatste vertrouwensindices suggereren dat bedrijven inderdaad meer investeren. Het Tankan rapport laat een verbetering van het producentenvertrouwen zien. De index van grote bedrijven in de verwerkende industrie is toegenomen van +12 in het derde kwartaal tot +16 in het vierde kwartaal. De verbetering wordt breed gedragen. Ook bij kleinere bedrijven groeit het optimisme. Met +1, registreerden de kleine bedrijven in de verwerkende industrie de eerste positieve uitslag sinds december 2007. De verbetering wordt grotendeels toegeschreven aan de verzwakking van de yen en de hogere omzet en winst.

Bedrijven blijven niettemin voorzichtig. Dat valt onder meer af te lezen aan de bijstelling van de investeringsplannen van 5,1% in het derde kwartaal naar 4,5% in het vierde kwartaal. Bedrijven zijn beducht wat er na de belastingverhoging in april gebeurt. De woningbouw en de duurzame goederen producerende sectoren hebben een toename van de activiteit beleefd nadat in oktober werd ingestemd met de verhoging van de omzetbelasting. Maar de vraag zal waarschijnlijk verzwakken zodra de maatregel eenmaal is doorgevoerd. Het is echter onwaarschijnlijk dat het scenario van 1997 wordt herhaald, toen de vraag scherp terugviel na een soortgelijke belastingverhoging. De timing destijds was erg ongelukkig. De belastingverhoging viel namelijk samen met de Azië-crisis en met ingrijpende bezuinigingen.

Op de uitvoer gerichte bedrijven profiteren van de zwakkere yen. Toch zijn de baten van de zwakke yen beperkter dan verwacht. Veel bedrijven hebben hun productiecapaciteit naar het buitenland verplaatst gedurende de jaren dat de yen sterk was. Er zijn geen signalen dat zij van plan om deze productiecapaciteit nu terug te verhuizen. Het blijkt vaak effectiever om lokaal te produceren en te verkopen dan buitenlandse markten vanuit Japan te bedienen. Bovendien zijn veel kennis en vaardigheden in de tussentijd verloren gegaan, waardoor bedrijven niet snel productiecapaciteit kunnen terughalen.

Loonverhoging cruciaal voor bestedingen

De investeringsbeslissingen van bedrijven hangen sterk samen met de ontwikkeling van de consumptieve bestedingen. De langetermijnvooruitzichten zijn met de verwachte krimp van de bevolking echter minder florissant. Een gunstige inkomensontwikkeling kan enig tegenwicht bieden. Omdat de besteedbare inkomens al jaren achterblijven, ijvert de regering daarom voor loonsverhoging. Bedrijven reageren niettemin terughoudend. Zij laten een eventuele winststijging liever terugkomen via een hogere eenmalige bonus dan via een structurele loonsverhoging. Recente uitlatingen van topmanagers van Toyota en Hitachi wijzen weliswaar op enige verschuiving bij grote bedrijven. Maar het is voorbarig om te concluderen dat de lonen bij grote bedrijven zullen stijgen, laat staan dat de rest van het bedrijfsleven volgt. De kleinere bedrijven profiteren minder van het regeringsbeleid en worden soms geconfronteerd met hogere kosten als gevolg van de door de verzwakte yen gestegen invoerprijzen.

Neerwaartse druk op de yen

Bij tegenvallende resultaten van de loononderhandelingen komt het vooruitzicht van aanvullende monetaire stimuleringsmaatregelen dichterbij. De koopkracht komt onder druk wanneer het tarief van de omzetbelasting in april omhoog gaat. De verminderde koopkracht remt de consumptiegroei en matigt de inflatie. Het risico op inflatieafzwakking is al groot. De huidige prijsstijging is vooral het gevolg van de depreciatie van de yen en de hogere energieprijzen en niet zozeer van een toename in de vraag.

Het vooruitzicht van verdere verruimingen van het monetair beleid zorgen voor aanhoudende druk op de yen. Die druk wordt nog eens versterkt doordat de handelsbalans is verslechterd. In het verleden had Japan altijd omvangrijke overschotten, maar dit is veranderd. In november noteerde de handelsbalans een tekort van meer dan YPY 1.000 mld. Vooral de invoer is verantwoordelijk voor het hogere tekort. Maar de toename van de invoer zal waarschijnlijk afzwakken nadat het tarief van de omzetbelasting is verhoogd. Het is niettemin onwaarschijnlijk dat het tekort weer een comfortabel overschot vertoont wanneer de stijging van de binnenlandse vraag afzwakt. Ten eerste niet omdat de energierekening is opgelopen vanwege de sluiting van de nucleaire energiecentrales na de ramp in Fukushima in 2011. Ten tweede omdat de uitvoer niet de aanjager van de groei kan worden die het ooit was nu bedrijven hun productiefaciliteiten naar het buitenland hebben verplaatst.

 

De lopende rekening vertoonde in november voor de tweede keer op rij een tekort. Het overschot op de inkomensrekening kon geen tegenwicht bieden aan het toegenomen handelstekort. De lopende rekening zal waarschijnlijk weer positieve cijfers laten zien zodra de binnenlandse vraag minder krachtig groeit. Het tekort op de lopende rekening kan op termijn niettemin structureel worden, wanneer de inkomensstroom uit het buitenland begint op te drogen. Dit kan echter nog jaren duren, gelet op de omvangrijke uitzettingen in het buitenland. Vooralsnog vormt Japans afhankelijkheid van funding uit het buitenland dus geen probleem, ondanks de zwakke overheidsfinanciën.

Deze publicatie is onderdeel van de kwartaal publicatie “Macro Visie 1e kwartaal 2014”

This publication is part of the Quarterly publication “Global Market View 2014Q1”