Macro Weekly – Belangrijkste vragen voor 2014

door: Han de Jong , Nick Kounis , Georgette Boele , Roy Teo

Macro Weekly - 6 januari 2014 - Belangrijkste vragen voor 2014 (146 KB)
Download
  • Big Picture: In de tweede helft van 2013 begon het vertrouwen in de wereldeconomie weer toe te nemen. Ook de ‘harde’ economische cijfers verbeterden, zij het minder sterk. Wij zijn optimistisch en denken dat de onder-liggende economische factoren de komende maanden verder verbeteren, waardoor de ‘harde’ variabelen als productie, consumptie en werkgelegenheid het niveau zullen naderen waarop zij zich volgens de stemmings-barometers zouden moeten bevinden. In deze eerste Big Picture van 2014 geven wij mogelijke antwoorden op een vijftal vragen en gaan wij nader in op een aantal risico’s voor de wereldeconomie.

 

  • Rente: De interbancaire rente begint te dalen nu het ’eindejaarseffect’ afzwakt en de onderliggende liquiditeits-situatie – voorlopig – ruim blijft. Gezien de lage inflatie zijn de financiële omstandigheden in de eurozone echter nog altijd te krap. De ECB zal dus opnieuw in actie moeten komen, maar wij verwachten niet dat dit deze week al gebeurt. Wij denken dat de renteverschillen voor obligaties uit perifere eurolanden nog verder kunnen afnemen, waarbij Spaanse obligaties het waarschijnlijk beter doen dan Italiaanse door de betere fundamentele economische situatie.

 

  • Valuta’s: Gezien de waarschijnlijkheid dat de ECB op ruime schaal liquiditeit blijft verstrekken en de kans dat zij met nieuwe beleidsmaatregelen komt, verwachten wij niet dat de kracht van de euro nog lang aanhoudt. Na het besluit van de Fed om de obligatieaankopen te gaan verminderen, in combinatie met de verruimingsgezinde toonzetting van de begeleidende verklaring, werd de yen in versneld tempo verkocht. Wij verwachten dat deze trend aanhoudt. Valuta’s uit opkomende markten zaten slechts licht in het defensief. De achterblijvers in deze groep van landen kampen met specifieke binnenlandse problemen; deze keer waren het niet de munten die in het verleden steeds een correctie ondergingen als vrees voor de vermindering van monetaire stimulering in de VS de kop opstak.