Maakt de markt zich teveel zorgen?

door: Han de Jong

Risicovolle beleggingen zijn vorige week massaal verkocht. Volgens veel commentatoren komt dat onder meer doordat de markten vraagtekens plaatsen bij de groei van de wereldeconomie. Andere factoren die worden genoemd, zijn de twijfels over de financiële stabiliteit van China, de hernieuwde financieel-economische problemen in Argentinië, de politieke instabiliteit in Turkije, Thailand en Oekraïne en hedgefondsen die hun portefeuilles herschikken. Wat de echte reden is, kom je natuurlijk nooit te weten, want de markt bestaat uit een groot aantal partijen, allemaal met hun eigen redenen om te (ver)kopen. Wat de kracht van de wereldeconomie betreft, zie ik echter weinig reden tot zorg. Ik denk dat de meeste vorige week gepubliceerde indices onze visie dat de groei aantrekt, juist onderschrijven. Voor zover bezorgdheid over de groei van de wereldeconomie al een rol heeft gespeeld bij de verkoopgolf van vorige week, lijkt mij die dus overdreven.

De vinger aan de pols van de economie: wereldhandel trekt aan

Wij beweren al geruime tijd dat de logische conclusie uit de cijfers is, dat de wereldeconomie harder groeit en dat de voorlopende indicatoren van de wereldhandel, die als het ware de polsslag van de economie weergeven, op een aantrekkende groei wijzen. Uit diverse inkoopmanagersindices (PMI’s) blijkt dat de orderportefeuilles, inclusief exportorders, aanzienlijk zijn verbeterd. Op grond van de handelscijfers van een groot aantal landen stelt het CPB elke maand cijfers over de wereldhandel op. Deze serie loopt natuurlijk per definitie wat achter de feiten aan, maar begint inmiddels te bevestigen wat de logica gebiedt en waar ook de voorlopende indicatoren al een tijdje op wijzen. Het CPB kwam afgelopen week met de cijfers over november. De internationale handelscijfers zijn nogal volatiel, maar als ze enigszins worden genormaliseerd, blijkt dat de groei van de wereldhandel een tandje bijschakelt. Er kwamen vorige week ook goede cijfers uit Taiwan, een economie die conjunctureel altijd voorop loopt: de exportorders zijn in december met meer dan 7% j-o-j gestegen en de industriële productie met iets meer dan 5%. In beide gevallen was dit het hoogste groeicijfer sinds enige tijd. Zelfs in Italië, dat een probleem heeft met zijn concurrentievermogen, boekt de industrie weer meer orders: +2,3% m-o-m en +3,0% j-o-j in november. De Italiaanse industrie laat daarmee drie maanden op rij een positieve jaar-op-jaar groei van de orderportefeuille zien, en dat was sinds de zomer van 2011 niet meer gelukt.

 

140127-WeeklyNL-column1

 

 

Ik was vorige week bij een lunch in Antwerpen waarvoor onze lokale mensen enkele van hun beste klanten uit diverse branches hadden uitgenodigd. Op een bepaald moment zat ik naast een directeur van een industrieel bedrijf, al begreep ik met mijn beperkte technische kennis niet helemaal wat zijn bedrijf nu precies maakte. Hij vertelde mij dat hij zijn orderportefeuille nog nooit zo goed gevuld was geweest als nu. Dit is natuurlijk maar één kleine anekdote, maar toch…

Zorgen over de PMI’s

Economische commentatoren hadden vooral aandacht voor de tegenvallende Chinese en Amerikaanse PMI’s. De Chinese HSBC PMI voor de industrie is gedaald van 50,5 in december naar 49,6 in januari. Geen goed nieuws, al kunnen daarbij wel de nodige kanttekeningen worden geplaatst. Ten eerste is deze indicator niet de beste maatstaf voor de Chinese economie. Wij vinden de officiële PMI, die op 1 februari uitkomt, daarvoor beter geschikt. Ten tweede zijn de Chinese cijfers in de eerste twee maanden van het jaar mogelijk enigszins vertekend door de datum van het Chinese nieuwjaar. Dit jaar valt deze op 31 januari, anderhalve week eerder dan vorig jaar. Uit andere Chinese cijfers van afgelopen week blijkt dat het BBP, de detailhandelsverkopen en de industriële productie iets minder hard groeien. Daar staat tegenover dat de exportgroei lijkt te versnellen. Wij blijven erbij dat de economie dit jaar goed zou moeten groeien, gesteund door de aantrekkende wereldhandel en industriële productie. Hervormingen zullen de groei geen goed doen, maar dan zitten we al in 2015. Een gevaar voor China is dat de concurrentiekracht afneemt nu de munten van buurlanden in waarde dalen.

De Markit PMI voor de Amerikaanse industrie is gedaald van 54,4 in december naar 53,7 in januari. Ook een tegenvaller, maar wel een met kanttekeningen, denk ik. Ten eerste had het land te kampen met poolwinden, die zorgden voor een zeer koud begin van het jaar en het economische leven ontwrichtten. De toelichting bij de Markit-cijfers wijst daar in ieder geval op. Ten tweede, ik wees daar vorige week al op, zijn de voorraadniveaus relatief hoog. Een correctie is op een bepaald moment onvermijdelijk en de productiegroei neemt dan tijdelijk af.

Andere Amerikaanse cijfers leken mij juist vrij goed. De verkoop van bestaande woningen is in december voor het eerst in vier maanden gestegen. Misschien is de angst van vorige zomer, toen de hypotheekkosten sterk stegen, inmiddels geweken. Ook zijn woningen gemiddeld weer wat duurder geworden. Er werden 326.000 nieuwe werkloosheids-uitkeringen aangevraagd, ongeveer evenveel als vorige maand en rond het gemiddelde van het afgelopen half jaar. Het aantal bestaande uitkeringen vertoonde begin dit jaar een piek. Dat dit cijfer is gestegen, lijkt mij het gevolg van het koude weer. Dan is het in feite nogal verrassend dat het aantal nieuwe uitkeringen niet ook is toegenomen.

Het extreme weer in de VS aan het begin van het jaar heeft duidelijk invloed op de cijfers. We verwachten dat dit effect in veel cijfers over januari doorwerkt. In dat geval zou zich in februari een duidelijk herstel moeten aftekenen – tenzij het slechte weer terugkeert natuurlijk.

Europa zorgt voor verrassingen

Waar de winter in de VS extreem koud is, is die in Europa ongewoon warm. Het onkruid in mijn tuin blijft maar groeien, terwijl ik me daar deze tijd van het jaar meestal niet om hoef te bekommeren. Misschien vertekent het warme weer de Europese cijfers. Hoe dan ook, de cijfers van vorige week waren over het algemeen beter dan verwacht. De voorlopige PMI’s voor januari, die het ondernemersvertrouwen meten, vielen zonder uitzondering mee. De PMI voor de industrie in de eurozone is gestegen van 52,7 in december naar 53,9, de hoogste stand sinds mei 2011. Sinds het dieptepunt van 44,0 punten in juli 2012 loopt de PMI gestaag op (zij het met wat schommelingen). Het stijgingstempo is de laatste tijd bovendien versneld. Ook de PMI voor de dienstensector is, na drie maanden op rij te zijn gedaald, in januari gelukkig weer gestegen. Hoopgevend is ook het oplopen van de Franse PMI’s. Die voor de industrie steeg weer na vijf zwakke maanden. Het absolute niveau van 48,8 (47,0 in december) wijst echter nog op een krimpende industrie. Uit een analyse van mijn collega Aline Schuiling blijkt echter dat er iets vreemds aan de hand is met deze cijfers. De absolute stand van de Franse PMI’s lijkt niet de feitelijke groei van de economie te weerspiegelen. Het ‘neutrale’ niveau, waarop de economie niet groeit maar ook niet krimpt, ligt in de regel op 50,0. In Frankrijk lijkt dat veel lager te liggen, mogelijk zelfs op circa 44. Dat betekent dat de richting waarin de reeks zich ontwikkelt, belangrijker is dan de absolute cijfers.

 

Eindelijk betere Nederlandse cijfers

De Nederlandse economie heeft het de laatste jaren beroerd gedaan. Nederland bleef achter bij vergelijkbare landen doordat de zeepbel op de woningmarkt leegliep. Uit recente cijfers blijkt echter dat het herstel is ingetreden. Het consumentenvertrouwen is in januari sterk verder verbeterd en ligt inmiddels boven het gemiddelde van de afgelopen tien jaar en niet veel onder het gemiddelde voor de gehele reeks, die teruggaat tot 1986. En het vertrouwen stijgt waarschijnlijk nog verder, want dit jaar staat er, als gevolg van belasting-veranderingen en lagere pensioenpremies voor overheids-personeel, bij veel mensen een iets hoger nettosalaris op het loonstrookje. Jaar-op-jaar zijn de (reële) consumptieve bestedingen voor het eerst sinds november 2011 weer gestegen. Dat is mooi, maar geen reden tot feestvreugde: de bestedingen waren in het voorgaande jaar bijzonder laag, waardoor het cijfer nu snel fraai oogt. Verder zijn de huizenprijzen in Nederland in december met 0,5% m-o-m gestegen en nam de daling van het j-o-j cijfer af van -4,7% naar -3,7%. Dat wijst op een stabilisering van de woningmarkt. Daar staat tegenover dat de werkloosheid flink is opgelopen: van 8,2% in november naar 8,5% in december. Dit is de eerste stijging na vier maanden van dalende werkloosheid. Dat komt door een ommekeer in de recente trend dat werklozen de arbeidsmarkt de rug toekeren.

 

I will cry for you, Argentina

Het heeft veel langer geduurd dan ik had gedacht, maar het onorthodoxe economische beleid van Argentinië lijkt nu te zijn vastgelopen. Na de crisis van 2001 hebben de diverse kabinetten onder leiding van eerst de heer en daarna mevrouw Kirchner beleid gevoerd dat je inderdaad onorthodox zou kunnen noemen. De economische cijfers werden hier en daar gemasseerd, prudent begrotingsbeleid had geen hoge prioriteit, de verhoudingen met de kapitaalverschaffers zijn nooit volledig hersteld en het kapitaalverkeer werd beperkt. De regeringen Kirchner slaagden er desondanks in om de economie na de crisis weer op de been te krijgen en schijnbaar redelijke groeicijfers te genereren. De verkeerde besteding van de middelen heeft de beleidsmakers uiteindelijk echter ingehaald. Het vertrouwen heeft rake klappen gekregen en ondanks de restricties stroomt het geld het land uit. Invoerbeperkingen hebben geleid tot schaarste en forse prijsstijgingen. De peso kelderde vorige week toen de centrale bank zich genoodzaakt zag de koppeling aan de dollar los te laten om de sterk geslonken dollarreserves te beschermen. Het valt te hopen dat de beleidsmakers de situatie onder controle krijgen, maar het wordt lastig om de in de loop der jaren gegroeide onevenwichtigheden weer recht te trekken. Het is heel goed mogelijk dat de peso nog veel verder in waarde daalt, met hollende inflatie of, erger nog, een zware recessie als gevolg. Met een beetje pech ontstaat dan chaos en kan Argentinië opnieuw niet aan zijn verplichtingen voldoen. We zullen zien. Het is overigens nog maar twee jaar geleden dat commentatoren Griekenland adviseerden ‘de Argentijnse route’ te volgen. De komende maanden zal blijken hoe aantrekkelijk die werkelijk is.

De ontwikkelingen in Argentinië lijken een rol te hebben gespeeld bij de verkoopgolf van risicovolle beleggingen vorige week. Dat is echter bovenal een kwestie van psychologie. Argentinië is duidelijk een absoluut uniek geval en het is dan ook uiterst vreemd dat Argentinië als ‘besmettingshaard’ voor andere opkomende economieën wordt gezien.