Een stormachtig 2014 voor de ouderenzorg?

door: Anja van Balen

2014 wordt voor veel zorginstellingen een moeilijk jaar. De meeste grote zorgaanbieders presteerden in 2012 goed en slechts een kleine minderheid noteerde een verlies in de boeken, voor 2013 zal het resultaat veelal nog positief zijn. Dit verandert de komende jaren snel. Het is niet ondenkbaar dat in 2014 het scheiden van wonen en zorg zal leiden tot leegstand. Daarbovenop zullen in 2015 veel zorgtaken op het bord komen van gemeenten of zorgverzekeraars.

Uit gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (website cbs) blijkt dat in 2012 in de ouderenzorg sprake was van een groei van ruim 8 procent. In 2013 komt deze groei grotendeels tot stilstand en wordt zelfs een krimp van 5 procent verwacht. Zo hebben ruim 15.000 ouderen die in 2012 nog een indicatie voor intramurale zorg kregen, deze vorig jaar niet ontvangen. Naar verwachting zal in 2014 zelfs leegstand ontstaan. Door snellere invoering van het scheiden van wonen en zorg af te dwingen dan met natuurlijkverloop mogelijk is, proberen ze zorgkantoren al meer bezuinigingen te realiseren dan voor een zorginstelling haalbaar is. (website rijksoverheid). Het gevolg is dat een zorginstelling huisvesting en zorg biedt waar geen of veel lagere opbrengsten tegenover staan. Doordat de instroom van nieuwe bewoners uitblijft, kan het personeel niet efficiënt ingezet worden. De leegstand van panden in combinatie met onduidelijkheid over zorgtaken die niet langer binnen de muren van een zorginstelling verricht worden, leidt dan ook tot verliezen.

Ook wordt de persoonlijke verzorging vanaf 2015 een verantwoordelijkheid van de verzekeraars. De dagbesteding – de zogenoemde welzijnscomponent – is vanaf dat moment een taak van de gemeenten. Er is echter nog veel onduidelijkheid, omdat de regelgeving pas in het derde kwartaal wordt voltooid. Deze wetgeving moet onder meer antwoord geven op de vraag hoe de overgang van het ene naar het andere systeem verloopt, en wat de taken van respectievelijk de gemeenten, de zorgverzekeraars en de aanbieders van langdurige zorg worden. Bijvoorbeeld : Wie stelt vast op hoeveel zorg iemand recht heeft? Is dit de huisarts of moet de wijkverpleegkundige hierover meepraten?

Van zorgverlener naar zorgonderneming

Alle zorginstellingen zullen de handen vol hebben aan het aanpassen van zorgprocessen, het inrichten van teams en het maken van afspraken met gemeentes. Op de achtergrond volgen banken deze ontwikkelingen op de voet. De overheidsmaatregelen en de overgang naar een ‘participatiesamenleving’ – waarin hulpbehoevende burgers zelf verantwoordelijk zijn voor de financiering van huisvesting – betekent dat een zorginstelling steeds meer verandert in een zorgonderneming. Hierdoor nemen de risico’s toe en dat kan zich vertalen in striktere voorwaarden en hogere kosten, terwijl de zorg juist behoefte heeft aan meer bewegingsruimte. Uit onze de jaarlijkse benchmark van zorginstellingen met een omzet van meer dan 30 miljoen euro blijkt dat de financiële kracht van zorginstellingen in de ouderenzorg in 2012 is gegroeid. Naar verwachting nemen de winstgevendheid en het vermogen in 2013 echter niet verder toe, omdat nu al kosten worden gemaakt om de veranderingen van straks het hoofd te bieden.

De juiste koers vinden

Drie belangrijke ontwikkelen in één jaar – betaald worden op basis van minder bewoners, het inrichten van nieuwe zorgprocessen en terughoudende banken – zijn een voorbode van stormachtig jaar. De kunst is de juiste koers te vinden om deze tegenwind zonder kleerscheuren te kunnen doorstaan.

Een vergelijking van de financiele robuustheid van de zorginstellingen

De ABNAMRO Benchmark zorginstellingen, vergelijkt de resultaten van instellingen met een omzet boven de € 30 miljoen met elkaar. Deze geeft aan dat er een grote variatie in de financiële kracht van de instellingen is,  waardoor sommigen meer last hebben van de storm dan anderen.

klik op de afbeelding voor een vergroting.
klik op de afbeelding voor een vergroting.

In 2012 bedroeg het gemiddelde vermogen van de instellingen in de benchmark 26,8% van het balans totaal . De variatie is vrij groot. Het vermogen schommelt tussen de 10% en de 70%.

klik op de afbeelding voor een vergroting
klik op de afbeelding voor een vergroting

In 2012 behaalden de meeste instellingen winst, slechts een handvol instellingen toonden een verlies. De bulk van de resultaten lag tussen de 1% en 5% ten opzichte van de omzet. Het gemiddelde van de sector bedroeg een winst van 2,5% ten opzichte van de omzet van de instelling.

klik op de afbeelding voor een vergroting
klik op de afbeelding voor een vergroting

De combinatie van winst en vermogensposite van de zorginstellingen geeft een interessante puntenwolk. Als je 25% vermogen ten opzichte van het Balans totaal en 2,5% netto winst ten opzichte van de omzet als de norm neemt om in een risico vollere omgeving dan voorheen te opereren kun je concluderen dat nog lang niet alle instellingen aan de verscherpte eisen van de banken voldoen.