Opkomende markten: gunstiger tij op komst

door: Marijke Zewuster

2013K4-131121-03-EM.pdf (56 KB)
Download

Terwijl de groei in de industrielanden aantrekt, hapert deze in een groot aantal opkomende markten. Per saldo ligt de groei in de opkomende markten echter nog altijd op een aanzienlijk hoger niveau dan dat van de industrielanden en dit zal de komende jaren niet anders zijn. Na een tegenvallend 2013 verwachten we dat in 2014/2015 de groei in de opkomende markten aantrekt, in lijn met gunstiger vooruitzichten voor de VS en Europa en een krachtig herstel in China. Maar de neerwaartse risico’s blijven groter dan de opwaartse. Zo is er nog altijd het gevaar dat de risicoaversie weer de kop opsteekt en zorgt voor een minder sterke instroom van buitenlands kapitaal. Ook structurele onevenwichtigheden, samen met het gebrek aan noodzakelijke hervormingen en politieke onvrede kunnen onze groeiramingen negatief beïnvloeden. Ten slotte zou een tegenvallende groei in de VS, China en de eurozone ook tot neerwaartse risico’s voor de overige opkomende economieën leiden.

Een niet bijster goed jaar

De meeste opkomende markten bleken uiteindelijk toch niet immuun voor de tegenvallende groei in de industrielanden. In de loop van het jaar hebben we dan ook onze groeiramingen voor 2013 voor een aantal belangrijke opkomende markten, waaronder de BRIC’s, neerwaarts aangepast. Voor Brazilië hebben we de groei voor 2013 verlaagd van 3,5 naar 2,5%, voor China van 8 naar 7,5%, voor India van 5 naar 4,5% en voor Rusland van 3,5 naar 1,5%.

131121-EMO-EM_BBP groei

De tegenvallende ontwikkeling werd nog versterkt door de vlucht uit opkomende markten die ontstond door angst voor de gevolgen van een minder accommoderend Amerikaans monetair beleid. Dit legde opnieuw de hardnekkige kwetsbaarheid van de opkomende markten voor een verandering in sentiment bloot. Niet verwonderlijk was dat vooral de landen met een tekort op de lopende rekening de hardste klappen kregen. In Azië ging het daarbij vooral om India en Indonesië, in opkomend Europa om Turkije, in Latijns- Amerika om Brazilië, Chili, Mexico en Peru en verder werd ook Zuid-Afrika geraakt. Dankzij het besluit van de Fed in september om de afbouw van monetaire stimulus (tapering) uit te stellen, zien we echter dat de laatste maanden in de meeste landen het sentiment weer ten goede keert en de kapitaalinstroom richting opkomende markten weer aantrekt. Dit neemt niet weg dat de groei in zowel Oost-Europa als in Latijns-Amerika dit jaar op het laagste niveau ligt sinds de financiële crisis van 2009. Met name de groei in Brazilië en Rusland is teleurstellend. Dit heeft behalve met de invloed van een tegenvallende mondiale conjunctuur vooral ook te maken met structurele problemen en een gebrek aan hervormingen in deze landen. Dit laatste geldt ook voor India, maar ondanks een lagere groei daar blijft de groei in Azië nog redelijk op peil. Het Chinese BBP veerde na een dip van 7,5% groei in het tweede kwartaal weer op naar 7,8% in het derde kwartaal. Ook de cijfers voor oktober wijzen op een aanhoudend herstel.

 

Vooruitzichten 2014/2015, export belangrijke motor

Onze aanname bij de vooruitzichten voor de komende periode is dat de positieve invloed van een sterkere groei in de industrielanden de mogelijk negatieve gevolgen van een minder ruim monetair beleid in de VS en een stijging van de kapitaalmarktrente compenseert. We gaan ervan uit dat wanneer de Fed daadwerkelijk overgaat tot een vermindering van de monetaire verruiming, de groei in de belangrijke landen al zodanig krachtig is dat risicoaversie niet opnieuw de overhand krijgt. De combinatie in de industrielanden van toenemende groei, lage inflatie, een bescheiden stijging van de kredietkosten en nog altijd vrij onaantrekkelijke rendementen, maken dat opkomende markten aantrekkelijk blijven voor zowel beleggers als investeerders. Bovendien hebben de autoriteiten in de opkomende economieën dankzij het waarschuwingssignaal dat dit jaar is afgegeven tijd gekregen om onevenwichtigheden aan te pakken en hun economieën schokbestendiger te maken. Gegeven bovengenoemde veronderstellingen gaan we ervan uit dat sterkere export een belangrijke aanjager van de groei van de opkomende markten zal zijn in de komende periode. De gunstige groeivooruitzichten voor de VS, China en de eurozone zullen bijdragen aan een stijgende vraag naar producten uit de opkomende markten.

 

Kijken we naar Azië dan zien we dat daar een stijging van de export hand in hand gaat met een stijging van de import. Voor een groot deel betreft dit import van grondstoffen en daar profiteert Latijns-Amerika weer van. Maar ook de VS blijft voor de regio een belangrijke handelspartner.

 

De groei van de export voor opkomend Europa zal vooral komen van het herstel in de eurozone. Daarnaast gaan we ervan uit dat in alle regio’s de investeringen een impuls zullen krijgen. De particuliere consumptie blijft in opkomend Europa nog achter (landen als Turkije en Rusland uitgezonderd), maar zal in Latijns-Amerika en Azië krachtig blijven. De aantrekkende export zal niet zonder meer bijdragen aan een afname van de tekorten op de lopende rekening. Vooral in Brazilië en Turkije gaat een aantrekkende groei vaak gepaard met een stijgend tekort op de lopende rekening en we verwachten dat dit ook nu het geval zal zijn. De reden is dat de sterke binnenlandse bestedingen zorgen voor een nog sterkere stijging van de importvraag. Voor landen als India en Zuid-Afrika verwachten we wel een lichte verbetering van de lopende rekening en voor Indonesië een stabilisatie.

Risico’s zijn nog volop aanwezig

Er zijn nog voldoende factoren die ons groeibeeld negatief kunnen beïnvloeden en ook kunnen zorgen voor aanzienlijke volatiliteit in de opkomende markten. Daarbij spelen niet makkelijk te kwantificeren zaken als vertrouwen en risicobereidheid een belangrijke rol. Per saldo lijken de economische structuren van een aantal belangrijke opkomende markten vrij zwak te blijven. De inflatie kan ondanks een stijging van de groei in de meeste landen licht dalen, maar een sterke verbetering van de overheidsfinanciën lijkt de komende periode niet te verwachten. In veel opkomende landen is de overheidsschuld opgelopen, als gevolg van het accommoderende beleid van de afgelopen jaren. Dit geldt in het bijzonder voor Brazilië, India en Zuid-Afrika. Deze landen combineren een tekort op de lopende rekening met een vrij omvangrijk overheidstekort, relatief hoge overheidsschuld, aanzienlijk inflatie en ook nog eens grote structurele problemen. Een stijgende lange rente in de VS maakt het voor deze landen niet alleen lastiger maar ook duurder om buitenlands kapitaal aan te trekken. Daarnaast blijven de hardnekkige structurele problemen, zoals kwaliteit van de beroepsbevolking, armoede, inkomensongelijkheid, gebrekkige infrastructuur, corruptie en bureaucratie, ervoor zorgen dat het groeipotentieel niet volledig benut wordt. Het IMF wijst er in de laatste World Economic Outlook ook op dat een zekere daling van de groei in opkomende markten, ten opzichte van de groei zoals die in de in de eerste tien jaar van de ze eeuw voorkwam, onvermijdelijk is, maar dat structurele hervormingen kunnen helpen om de aanpassing te verzachten en daardoor des te urgenter zijn. Een gebrek aan hervormingen kan bovendien zorgen voor een verlies aan kredietwaardigheid. Economische groei kan deze problemen tijdelijk verzachten, maar zonder hervormingen blijven deze landen kwetsbaar wanneer de risicoaversie weer de kop op mocht steken. Het is niet voor niets dat Brazilië, India en Zuid-Afrika alle drie bij de kredietbeoordelaars op een negative outlook staan. In het ergste geval riskeren deze landen dat ze uiteindelijk hun investment grade status kwijt raken. Als dat gebeurt, is het waarschijnlijk te laat om te ontkomen aan een vicieuze cirkel van dalende groei, oplopende schuld en een nog verder dalend vertrouwen.