Macro Visie – 4e kwartaal 2013 – Tien vragen voor 2014

door: Nick Kounis , Aline Schuiling , Maritza Cabezas

2013K4-Macro-View.pdf (275 KB)
Download

Wij verwachten dat de wereldeconomie aanmerkelijk versnelt: In het hoofdartikel van deze publicatie gaan wij nader in op tien vragen die ons vaak worden gesteld en die bepalend zijn voor de vooruitzichten voor de wereldeconomie en de financiële markten. Daarbij hebben wij onze prognoseperiode verlengd tot en met 2015. Wij zijn ervan overtuigd dat de economische groei mondiaal gaat versnellen maar voorzien wel verschillen in tempo en signaleren nog allerlei risico’s. In de ontwikkelde wereld duiden de afzwakking van de bezuinigingen, de afgenomen onzekerheid, de weer gezonde balansposities in de particuliere sector en de versoepeling van de kredietvoorwaarden in enkele landen op een aantrekkende groei. Dit moet ook doorwerken in een exportstijging vanuit Azië en in de opkomende markten meer in het algemeen. Wij denken dat de groei van de wereld¬economie in 2014 en 2015 rond 4% ligt. Binnen het ontwikkelde universum zullen de VS en het VK het beter doen dan de eurozone en Japan. China blijft de snelst groeiende opkomende markt. Binnen de eurozone is Duitsland ook volgend jaar een uitblinker, maar in 2015 kan Griekenland wel eens de snelste groeier worden.

Risico’s blijven er genoeg: Zoals het verminderen van de monetaire stimulering door de Fed, deflatie in de euro¬zone, een weer oplaaiende eurocrisis en een harde landing van China. Wij denken dat de beleidsmakers per saldo goede oplossingen kunnen en zullen vinden. Dankzij de verwachte lage inflatie, de aantrekkende groei en het proefdraaien eerder dit jaar kan de Fed volgend jaar waarschijnlijk een begin maken met het ver¬minderen van haar obligatieaankopen zonder dat dit tot grote onrust leidt. De ECB neemt haar doelstelling van prijsstabiliteit serieus, en beschikt over de instrumenten om de koers van de euro te drukken en de financiële omstandig¬¬heden te verruimen om de inflatie in de komende jaren uit de lage gevarenzone te houden. De laatste grote innovatie – het OMT-programma – is een geloofwaardig vangnet gebleken. De problemen in de euro¬¬zone zijn zeker nog niet voorbij, maar wij verwachten niet dat de schuldencrisis weer escaleert. Tot slot hebben de Chinese beleids¬makers volgens ons de beleidsmatige en financiële slagkracht om de investerings¬activiteit geleidelijk te verminderen, ondanks de hoge schuldenlast van het bedrijfsleven en bij lagere overheden.

Nieuwe golf van beleidsindicaties: Wij denken dat de Fed de bittere pil van monetaire aanpassing zal verzachten door de drempelwaarde voor de werkloosheid te verlagen. Daarmee geeft de Fed dan aan dat de rente pas later voor het eerst wordt verhoogd. De ECB komt waarschijnlijk in actie om de ongewenst lage inflatie te bestrijden en zal in dat kader aangeven dat de rente vermoedelijk tot eind volgend jaar niet omhoog-gaat. Dit moet de verwachtingen voor de korte rente drukken. Als de deflatierisico’s toenemen, dan lijken – in deze volgorde – een verdere verlaging van de refirente, een negatieve depositorente en kwantitatieve ver-ruiming de volgende stappen van de ECB. Door de vermoedelijke wijziging van de beleidsindicatie van de Fed zullen de rendementen op Treasuries de komende maanden in de buurt van hun huidige niveau blijven, maar later in 2014 en 2015 scherp stijgen. Dit weerspiegelt onze visie dat de Amerikaanse economie sneller zal groeien dan de consensusverwachting en dat de werkloosheid sneller zal blijven dalen dan de Fed verwacht. Gezien het zeer accommoderende beleid van de ECB, de uiterst lage inflatie en het trage herstel, zal de lange rente in de eurozone waarschijnlijk zeer laag blijven. Dit wijst erop dat het renteverschil tussen Amerikaanse en Duitse staatsobligaties volgend jaar groter wordt en dat de EUR/USD eindelijk naar beneden gaat.