Bedrijvigheid in de industrie blijft gunstig

door: Casper Burgering

Sector-Update-Industrie_nov-20131.pdf (620 KB)
Download

Na een lange periode van krimp lijken de meeste indicatoren voor de industrie weer de goede kant op te wijzen. De inkoopmanagers bij industriële bedrijven blijven optimistisch, de stemming onder producenten is verbeterd en de gemiddelde dagproductie vertoonde eindelijk weer eens groei op jaarbasis. De vraag rest: is dit een tijdelijke opleving of zet dit herstel door?

Productie in eurozone blijft nog achter

tabel rappDe groei van de mondiale industriële productie zat sinds 2011 in een neerwaartse trend. Ondanks dat de productie maandelijks nog groeide, nam het groeitempo langzaam af. Volgens het CPB is de mondiale productie in september met 2,6% j-o-j toegenomen en dit is het hoogste groeipercentage dit jaar. Het aantrekken van de mondiale industriële productie wordt vooral gedreven door de sterke toename van de productie in Azië, met name in China, Indonesië en Japan. In de VS herstelt de industriële productie ook weer enigszins, na een afzwakking van de groei van april t/m juli dit jaar. De grootste problemen vinden we echter in de eurozone, waar de industriële productie voor de 22e maand op rij kromp. De uitvoer van de eurozone heeft last van de dure euro en hierdoor groeit het aantal buitenlandse orders maar moeizaam. In Duitsland is de productie wel toegenomen voor de tweede maand op rij. De industriële productie groeide met 1,3% j-o-j in september. Het aantal fabrieksorders nam in Duitsland met 8,2% j-o-j toe in september.

In Nederland is productie weer gegroeid

Na 8 maanden van krimp in de industriële productie in Nederland, was er eindelijk weer eens sprake van productiegroei. De productie nam in september met 0,4% j-o-j toe en de stemming verbeterde aanzienlijk in september, mede dankzij de sterke groei in het totale aantal orderontvangsten. De orderontvangsten namen in september met 9,9% j-o-j toe, in een jaar waarin we vooral te maken hadden met krimp. Het is aannemelijk te veronderstellen dat de marktomstandigheden in de industrie de komende maanden verder zullen verbeteren. Niet alleen is de economie uit de recessie (met 0,1% k-o-k groei) en staat de inkoopmanagers-index (PMI) ruim boven de neutrale grens van 50 index punten, ook de verwachtingen rondom de bedrijvigheid namen in oktober onder ondernemers al zeer scherp toe en kwamen uit op een waarde van 3. Sinds juni 2011 is deze indicator niet meer positief geweest. Dit geldt ook voor het sentiment over de orderpositie. Veel ondernemers hebben nog te kampen met tegenvallende vraag (vooral in branches die met hun activiteiten nadrukkelijk op de binnenlandse markt zijn gefocust) en zijn negatief gestemd over hun orderpositie. Niettemin is de opwaartse trend in de reeks duidelijk waarneembaar. Ondanks dat de stemming in de sector is aangetrokken en veel ondernemers hun orders langzaam maar zeker zien groeien, vertaalt zich dat echter nog niet in een toename van nieuwe investeringen.

Investeringsplannen weer op agenda?

Bedrijfsinvesteringen hebben een sterk cyclisch karakter en deinen keurig mee op de golven van de conjunctuur. Het is nu eenmaal minder aantrekkelijk om in economisch slechte tijden geld vrij te maken voor investeringen in activa. In dergelijke situaties reserveren bedrijven liever middelen om eventuele financiële schokken op te kunnen vangen. Ook stellen bedrijven hun investeringsplannen uit tot economisch betere tijden, bijvoorbeeld wanneer de bestedingen van gezinnen en overheid weer aantrekken.

orders

In het derde kwartaal is de investerings-bereidheid weer aangetrokken. Ondanks dat de bedrijfsinvesteringen in september nog zijn gekrompen, wijzen voorlopende indicatoren van de PMI erop dat de investeringen in de komende maanden verder zal herstellen. Het aantal nieuwe orders, en daarmee de bezettingsgraad, nemen toe. Bedrijven zullen investeren om de nieuwe orders te kunnen verwerken. En op den duur zal de werkgelegenheid in de industrie vervolgens ook aantrekken. Daarnaast biedt de belastingmaatregel van ‘willekeurige afschrijving’ ook aanleiding om investeringen naar voren te halen. Bedrijven die in de periode 1 juli 2013 tot en met 31 december 2013 investeren, mogen direct tot 50% van die investeringen afschrijven. Dit komt investeringen in bedrijfsmiddelen zoals machines en vervoermiddelen ten goede.

Export krijgt de wind in de zeilen

De exportwaarde tot en met augustus nam  nauwelijks toe. De export tot en met augustus groeide slechts met 0,1% j-o-j. Opvallend genoeg viel de export van chemische producten, fabricaten (zoals leer, rubber, staal, metaalwaren, papier, ed.) en machines & vervoermaterieel erg tegen. In deze categorieën daalde de export tot en met augustus. De magere exportgroei was te danken aan groei in de export van voeding, grond-, brandstoffen, oliën en diverse fabricaten (zoals meubels, kleding, speciale apparaten en instrumenten). De Nederlandse export van goederen is vooral gericht op Europa. Bijna 80% van onzeexportgoederen gaat naar dit werelddeel. uitvoerwaardeDe belangrijkste exportlanden in deze regio voor de industrie zijn Duitsland (aandeel van 25%), Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en België. Ondanks dat het herstel in de eurozone moeizaam gaat, zijn de verwachtingen op korte termijn gunstig. Dit wordt vooral gevoed door de sterke stijging in het aantal buitenlandse orders in de transportmiddelenindustrie, de machine-industrie en de metaalproductenindustrie. Bovendien wordt in toenemende mate geëxporteerd naar landen als Rusland, China en Brazilië. De marktomstandigheden en exportmogelijkheden in deze landen zijn nog steeds relatief gunstig. Gezien de verbeterende omstandigheden in met name Duitsland en de vraag vanuit Duitsland naar Nederlandse industriële (half)fabricaten, verwacht ABN AMRO dat de export de komende maanden verder zal aantrekken en dit de Nederlandse economie en de industrie de nodige impuls zal geven waar zij op zit te wachten.

 Vooruitzichten branches gunstig

In 2013 zal de productie in de industrie stabiliseren tot licht krimpen. Ook de meeste branches in de industrie zullen in 2013 nog een productiekrimp laten zien. Er is echter een verschil tussen de branches. prognosesDe binnenlandse markt presteert relatief slecht in vergelijking met de landen om ons heen. Voor industriële branches die zich richten op de Nederlandse bouw en/of (in)direct afhankelijk zijn van consumentenbestedingen (bijv. de rubber- en kunststofindustrie) blijven de marktomstandig-heden uitdagend. Voor branches die zich richten op buitenlandse activiteiten ziet de toekomst er gunstiger uit. In 2014 verwachten wij voor alle branches dat de productie weer zal aansterken. De wereldhandel groeit met 6,5% j-o-j in 2014, de economische groeiverwachting voor Duitsland, onze belangrijkste handelspartner, is gunstig (met een groei van 2,0% j-o-j in 2014) en mondiaal verbetert het sentiment onder consumenten en producenten. Per saldo gaan wij uit van een volumegroei van 2% j-o-j in 2014. Hierbij moet de industrie het dus vooral hebben van de export en de branches die in hoge mate exportgericht zijn, zullen profiteren. Zo ligt de exportquote van de machine-industrie, chemische industrie en basismetaalindustrie op een hoger niveau dan bijvoorbeeld die van de metaalproducten- en bewerkingsindustrie. De risico’s in de (mondiale) economie zijn echter nog groot en het herstel is broos. Onze verwachtingen ten aanzien van de productie voor de industriële branches in 2014 zijn met deze gedachte opgesteld. ABN AMRO verwacht dat de economie in 2014 met 0,4% j-o-j zal groeien en dat is geen overtuigend herstel. De particuliere consumptie blijft nog dalen en daarmee blijft de groei van de Nederlandse economie voorlopig dan ook mager.

Ook in 2015 groeit productie verder

De eurozone zal ook in 2015 een bescheiden herstel vertonen. Een aantal factoren drukt de groei, zoals de hoge werkloosheid en bezuinigingen. Een aantal landen is al ver met structurele aanpassingen en veel landen zullen profiteren van de aantrekkende wereldhandel en de verwachte daling van de koers van de euro. In dit proces zal ook de Nederlandse industriële productie verder aantrekken en ABN AMRO gaat uit van een groei van de productie van 3,25% op jaarbasis.