Krimp economie tweede kwartaal viel mee

door: Nico Klene

Krimp economie in het tweede kwartaal viel mee

De Nederlandse economie is in het tweede kwartaal opnieuw gekrompen. Dat was geen verrassing. De krimp was gering: ten opzichte van het voorgaande kwartaal nam het bruto binnenlands product (BBP) af met krap 0,2%.

De (verdere) terugval in het tweede kwartaal heeft onder meer te maken met het wegvallen van de ‘groeibonus’ in het eerste kwartaal. Het koude winterweer had toen de productie en het verbruik van gas fors opgestuwd. Dat betekende een eenmalige impuls voor de groei van het BBP van naar schatting zo’n 0,2%-punt. Als je daarvoor corrigeert, lijkt de economie in het tweede kwartaal dus niet verder te zijn gekrompen.

De bestedingen van de consument zijn ten opzichte van de voorgaande periode flink verder afgenomen (mede door het lagere gasverbruik dan in het koude eerste kwartaal). De bedrijfsinvesteringen in vaste activa stegen echter – in reactie op de slechte voorgaande periode. De investeringen in woningen en die van de overheid namen af. De voorraadopbouw werkte weer positief. De uitvoer steeg eveneens – en meer dan de invoer.

Ontwikkeling minder ongunstig – licht herstel lijkt in aantocht

Al met al was de ontwikkeling van de Nederlandse economie in het voorbije kwartaal duidelijk minder ongunstig dan in de kwartalen ervoor. We gaan ervan uit dat in het huidige, derde kwartaal de economie eindelijk weer groeit. Dat is dan vooral te danken aan de verder expansie van de uitvoer. Met de eurozone als geheel gaat het beter. Daar was in het tweede kwartaal alweer sprake van groei. En diverse indicatoren suggereren dat de groei in de eurozone en in de VS in het tweede halfjaar aanhoudt.

Een licht herstel in het tweede halfjaar kan echter bij lange na niet voorkomen dat de Nederlandse economie dit jaar gemiddeld opnieuw fors krimpt – met méér dan 1%. Volgend jaar kan de groei wél weer in de plus komen, al remmen de voorgenomen extra ombuigingen door de overheid het herstel behoorlijk af. Op dat terrein heeft ons land met lastiger omstandigheden te maken dan diverse andere eurozonelanden. Terwijl Nederland in 2014 moet voldoen aan de 3%-norm voor het begrotingstekort, hebben diverse eurozonelanden een jaar extra uitstel gekregen. Dat betekent dat zij in tegenstelling tot Nederland níet extra hoeven te bezuinigen. Bovendien hoeven zij in de tweede helft van dit jaar en in 2014 zelfs minder te bezuinigen dan eerder gepland. Dat houdt in dat het begrotingsbeleid in die landen minder krap zal zijn dan eerder was gedacht. Daardoor wordt de economische groei er minder afgeremd. Gevolg is dat de groei in ons land nóg meer zal achterblijven bij het eurozonegemiddelde.

Een belangrijke andere reden dat Nederland het momenteel minder doet dan gemiddeld in de eurozone heeft te maken met de daling van de huizenprijzen. Sinds de piek in de zomer van 2008 zijn deze prijzen ruim 20% gedaald. (Gecorrigeerd voor de inflatie bedraagt de daling zelfs 30%.) De afname van het huizenvermogen drukt de consumptie en daarmee de BBP-groei. Naar onze schatting bedraagt dat effect deze jaren zo’n -0,2%-punt.

Bezuinigingen en het gedaalde huizenvermogen beïnvloeden de economische groei in ons land negatief. Desondanks kan de economie in 2014 – dankzij de uitvoer – waarschijnlijk weer wat groei laten zien.