Meer bedrijvigheid voor industriele sector in eurozone verwacht, China nog zwak

door: Casper Burgering

Halverwege juli verschenen cijfers over de Manufacturing PMI data voor China en de eurozone. De PMI is de inkoopmanagersindex en wordt éénmaal per maand gepubliceerd. Deze index geeft inzicht in de marktomstandigheden van de industriële sector en geeft een indicatie van de stand van de economie in een land. Als de index boven de 50 punten staat, dan neemt de bedrijvigheid toe. En op het moment dat de index onder de 50 punten uitkomt, neemt de bedrijvigheid af.

Op woensdag 24 juli verscheen de FLASH PMI voor de Chinese industrie en de Eurozone.

De FLASH PMI data geeft een schatting weer van de definitieve inkoopmanagersindex voor de industriële productie, die doorgaans aan het begin van de maand worden uitgebracht voor een land. Deze FLASH PMI is gebaseerd op ongeveer 85% van het totale aantal antwoorden op de PMI enquête per maand. In de volgende figuur zijn de werkelijke PMIs weergegeven over de maand juni.

Werkelijke PMIs in Europa in juni en de % wijziging t.o.v. mei
Werkelijke PMIs in Europa in juni en de % wijziging t.o.v. mei

Vanuit de gepubliceerde FLASH PMI valt op te merken dat de industriële bedrijvigheid in China wederom is gedaald. Uit het plaatje blijkt dat de Chinese PMI in juni (tov mei) ook al was gedaald met 3%.  Hierdoor nam de nervositeit onder analisten en andere belanghebbenden toe over de haalbaarheid van Chinese economische groeidoelstelling van 7,5% dit jaar. De teleurstellende uitkomst van de voorloper van de werkelijke PMI deed ook de koperprijs dalen, maar de daling was maar licht. De verwachting is dat de werkelijk PMI – die begin volgende maand zal uitkomen – ten opzichte van juni lager zal uitvallen. De FLASH PMI in de eurozone verbeterde en bevindt zich net boven de 50 indexpunten en dat is een positief signaal. Voor de VS wordt eveneens een verbetering verwacht.

Op donderdag 1 augustus verschijnen de nieuwe cijfers voor de PMI voor de Nederlandse industriële productie van de NEVI.

PMI NL juli
De Nederlandse PMI voor de industrie en zijn onderdelen.

Het economisch bureau van ABN AMRO gaat uit van een lichte verbetering van de PMI in Nederland, in lijn met de verbetering van de PMI voor de eurozone. Dit betekent dat wij uitgaan van een lichte toename van de productieomvang bij de Nederlandse productiebedrijven. De diverse onderdelen die de NEVI meet staan weergegeven in de figuur aan de rechterzijde. Hieruit zijn in ieder geval twee positieve elementen te benoemen:
1) het aantal nieuwe exportorders neemt toe, en ligt daarmee slechts o,6 indexpunten onder zijn piek dit jaar (januari), en
2) de inputprijzen nemen sterker af dan de daling van de outputprijzen.

Margedruk in Europa

Margedruk vooral in landen die hard zijn geraakt door de crisis
Margedruk vooral in landen die hard zijn geraakt door de crisis

Het goede nieuws voor de Europese industriele sector is dat de inputprijzen dalen. Op het eerste gezicht is dit positief voor de marges, maar dan moeten de outprijzen (dus de prijzen die aan klanten in rekening worden gebracht) in ieder geval constant blijven. In vrijwel alle landen is dit niet het geval.

In de landen die hard zijn geraakt door de crisis – zoals Spanje, Griekenland en Ierland – is de situatie in juni echter ongunstig. In deze landen dalen de outputprijzen harder dan de inputprijzen. Concreet betekent dit margedruk.  Dit geldt overigens ook voor het VK. In Griekenland en het VK is de situatie in juni echter nog iets meer ongunstiger, aangezien de inputprijzen zijn gestegen, terwijl de outputprijzen een daling laten zien.

In Nederland is de margedruk in juni verminderd, doordat de inputprijzen sterker daalde dan outputprijzen. Sinds 2003 komt deze situatie relatief vaak voor, zo blijkt uit de volgende garfiek, waarin inputprijzen en outputprijzen met elkaar worden vergeleken.

Margedruk zien we relatief vaak ten tijde van hoogconjunctuur
Margedruk zien we relatief vaak ten tijde van hoogconjunctuur

Nederlandse productiebedrijven ondervinden in tijden van hoogconjunctuur meer druk op marges, dan in tijden van laagconjunctuur. Deze soortgelijke ontwikkeling zien we ook terugkeren in andere Europese landen. Productiebedrijven zijn hiermee dus minder in staat om gestegen inputprijzen door te berekenen aan hun klanten. De prijskracht is dus relatief laag voor industriële bedrijven: stijgende grondstofprijzen kunnen slechts ten dele of met enige vertraging aan eindklanten worden doorberekend.

 

Voor een presentatie met mondelinge toelichting: http://youtu.be/E80QFQ1MFtw

Mocht u nog vragen hebben naar aanleiding van deze update over de PMI en/of andere vragen over de trends & ontwikkelingen in de industrie of industriële metalen, dan hoor ik dat graag van u.