Energie monitor augustus – Plafond olieprijs in zicht

door: Hans van Cleef

De olieprijsstijging stopt

In juli stegen de olieprijzen op basis van een zwakkere VS dollar, een afname van de Amerikaanse olievoorraden en het feit dat de Fed aangaf rentes laag te zullen houden voor een langere tijd. Aangezien de meeste van deze drijfveren gerelateerd waren aan de VS, werd de prijsstijging vooral gereflecteerd in de prijs van WTI. Toch steeg ook de prijs van Brent, vooral gedreven door de spanningen in het Midden-Oosten, vooral Egypte, maar ook de opmerkingen van Fed’s Bernanke bleven niet onopgemerkt. Het verschil tussen Brent en WTI daalde tot pariteit voordat het weer opliep naar ruim USD 2/vat. Brent en WTI olie in USD/vatIn de laatste week van juli daalden de olieprijzen weer als gevolg van tegenvallende Chinese PMI cijfers die leidden tot meer angst voor een langzamere groei van de vraag naar olie. Eerder die week waarschuwden Chinese autoriteiten dat de Chinese groei niet onder de 7% zal zakken. Dit werd opgevat als een teleurstelling, aangezien de autoriteiten onlangs nog hadden aangegeven dat de Chinese groei niet onder de 7,5% zou dalen. Tot slot gaf de Energy Intelligence Agency (EIA) aan dat de olieproductie in de VS het hoogste niveau sinds 1990 heeft bereikt. Ook dit drukte de olieprijzen iets naar beneden.

Op de korte termijn (augustus) zal de volatiliteit hoog blijven. Met de dunne zomermarkt (minder liquiditeit) in een relatief positieve stemming is wat opwaarts potentieel voor olieprijzen binnen de neutrale bandbreedte zelfs niet onwaarschijnlijk. Vooral sterker dan verwachte economische cijfers kunnen hoop op een spoedig herstel, en dus meer vraag naar olie, doen aanwakkeren. Verder zouden berichten van bovengemiddelde temperaturen of productiestoornissen kunnen leiden tot hogere olieprijzen. Desalniettemin zouden olieprijzen niet verder moeten stijgen dan het hoogste niveau van dit jaar voor Brent op USD 120. WTI zit momenteel rond het hoogste niveau van dit jaar.

Inflatie Europa en VS versus Brent olieOp de middellange termijn verwachten wij niet dat deze mogelijke prijsstijgingen doorzetten vanwege: 1) aanhoudende productieoverschotten. 2) een sterkere US dollar. 3) de Fed zal de stimuleringsmaatregelen terugdraaien (zelfs nu zij heeft aangegeven de rente langer laag te houden). 4) het mondiale economisch herstel gaat slechts geleidelijk waarbij de vraag naar olie in ontwikkelde gebieden zelfs neutraal blijft. Deze drijfveren zullen niet alleen een plafond leggen op de olieprijs, maar zelfs de druk doen laten toenemen in de komende jaren. Dit komt doordat sommige grondstoffen, waaronder olie, als investering dan minder interessant blijken te zijn. Daarbovenop zullen fundamentele drijfveren de neerwaartse druk extra opvoeren aangezien meer productiecapaciteit beschikbaar komt. Vooral in Irak en non-OPEC regio’s zoals de VS en Canada worden grote productiestijgingen verwacht. Deze stijging in capaciteit zal de stijging van de mondiale vraag naar olie door het economisch herstel overtreffen. Als significante olieprijsstijgingen uitblijven en het economisch herstel gematigd zal zijn, is de verwachting dat ook de inflatie voor langere tijd laag zal blijven (figuur 2). Voor meer details over de lange-termijn voorspellingen verwijzen wij graag naar de Quarterly Commodity Outlook Q3 die op 25 juli is uitgegeven.

Verschil tussen Brent en WTI zou moeten blijven

In februari 2013 bereikte het verschil tussen Brent en WTI USD 23,18/vat. Op 22 juli echter werd het verschil voor de eerste keer sinds augustus 2010 negatief. Hoewel het voor 2011 gebruikelijk was dat de prijs van WTI boven die van Brent lag vanwege de kwaliteitsverschillen en de transportkosten, is dat nu geschiedenis, of zou dat volgens ons in ieder geval voor de komende jaren moeten zijn. In de afgelopen weken zijn de Amerikaanse voorraden aanzienlijk gedaald aangezien zowel de vraag vanuit de Amerikaanse raffinaderijen als de pijpleidingcapaciteit toenam. De voorraden namen af met een kleine dertig miljoen vaten in slechts drie weken tijd. Hoewel het gebruikelijk is voor deze tijd van het jaar dat voorraden afnemen, leidde de mate waarin dat gebeurde tot wat ongemak bij beleggers. Desalniettemin blijven de olievoorraden, vanuit een historisch perspectief, op relatief hoge niveaus (figuur 3). De opgaande trend van de olievoorraden is nog steeds intact waarbij de VS meer olie zelf produceert en importen vanuit Canada en Mexico nog steeds toenemen.

Hoewel de kwaliteitsverschillen nog steeds bestaan zou de impact op de prijzen kleiner moeten zijn. Immers, Amerikaanse raffinaderijen zijn uitgerust voor het gebruik van de zware olie uit Canada en het Midden-Oosten in plaats van de lichtere olie die vooral is opgeslagen in Cushing, Oklahoma. EIA Amerikaanse olievoorradenOm een verandering aantrekkelijk te maken zal er een korting op de prijs van WTI moeten worden gegeven. Verder zouden ook de hogere transportkosten in de VS  moeten leiden tot een korting op de prijs van WTI. Olie transport richting de Golf van Mexico regio vanuit Cushing gebeurt vooral per spoor aangezien er nog steeds slechts beperkte pijpleidingcapaciteit aanwezig is. Mocht deze korting ontbreken dan wordt het interessanter om olie uit andere regio’s te importeren. Het zal nog jaren duren voordat er voldoende pijpleidingcapaciteit bestaat om een pariteitsniveau tussen Brent en WTI te rechtvaardigen. Rekening houdend met het kwaliteitsverschil en de transportkosten zou het verschil tussen Brent en WTI minimaal USD 2-5/per vat moeten zijn voor de komende jaren. Daarom lijkt op dit moment, met het verschil tussen Brent en WTI net boven pariteit, de beweging te zijn doorgeschoten en zou daarvoor moeten corrigeren.

Hoe zit het met de geopolitieke risico’s?

Hoewel geopolitieke spanningen iets naar de achtergrond lijken te zijn gedreven in de media, is de belangrijkste vraag of er nog steeds een risicopremie wordt berekend bovenop de olieprijzen. Wij geloven van wel.

De totale risicopremie is zeker gedaald ten opzichte van twee jaar geleden. Toch blijven de spanningen in het Midden-Oosten aanhouden, met Iran als grootste risico. Met de uitkomst van de Iraanse verkiezingen is de hoop toegenomen dat de onderhandelingen met betrekking tot het Iraanse nucleaire programma spoedig zullen worden hervat. Hoewel een complete ommekeer van de Iraanse houding ten opzichte van haar nucleaire programma niet te verwachten valt, zouden constructieve gesprekken de risicopremie verder kunnen verlagen. Daarbij moet wel de houding van Israël met betrekking tot dit onderwerp in de gaten worden gehouden.

Naast de schalierevolutie in de VS heeft de OPEC, en dan met name de landen in de Golf regio, met meer dillema’s te maken. De impact van de Arabische lente zal de komende jaren nog voelbaar zijn. Politieke onzekerheid, zoals in Egypte, zal in de betreffende landen blijven aanhouden. Dit leidt tot angst voor het overslaan richting omringende grote olieproducerende landen. Met zo’n 600.000 vaten per dag is Egypte geen grote olieproducent. Echter, de onrust in Egypte leidt tot mogelijke spanningen in de regio en zou de olietransportroutes door het Suez kanaal of via de Sumed pijpleiding kunnen beïnvloeden. Wij denken dat dit niet waarschijnlijk is.

Ten slotte  kunnen olieproductiestoornissen in Zuid Sudan/Sudan, Libië en Irak een grotere impact hebben. Echter, een afname van de olieproductie in deze landen wordt veelal opgevangen door de toegenomen productie vanuit Non-OPEC landen of Saudi-Arabië. Tot het moment dat de Iraanse kwestie volledig is opgelost, en de effecten van de Arabische lente niet meer worden gevoeld, zullen enkele dollars aan risicopremie onderdeel blijven van de olieprijs.