Energie Monitor Mei – Profiteren van lagere energieprijzen

door: Hans van Cleef

  • Olieprijzen lijken verder te gaan dalen gedurende de komende jaren
  • Verschil tussen Brent en WTI neemt steeds verder af
  • Lage energieprijzen goed voor consumenten en het economische herstel

Olieprijzen blijven dalen…

1olie-em-mei
Brent en WTI olie in USD per vat (1e contract)
Bron: Thomson Reuters

De druk op olieprijzen hield ook de afgelopen weken aan. De daling die half februari startte zette zich voort en uiteindelijk heeft Brent olie zelfs onder de USD 100/vat gehandeld voor de eerste keer in 10 maanden (Figuur 1). De voornaamste redenen voor de aanhoudende druk op olieprijzen waren: 1) tegenvallende economische cijfers, vooral uit de VS en China. 2) Amerikaanse voorraden bijna op record niveau’s. 3) Aanpassingen in de verwachte toekomstige vraag naar olie door de grote energieorganisaties (OPEC, EIA, IEA) en de IMF. 4) Het sluiten van speculatieve ‘long’-posities in grondstoffen. 5) Een lagere risicopremie op Brent olie aangezien geopolitieke spanningen iets afnamen. Ook WTI werd goedkoper op basis van dezelfde argumenten. Echter, het feit dat een toename van het aanbod van de Amerikaanse olieproducten leidt tot een daling van olie-import door Amerikaanse raffinaderijen leidde tot een lagere korting ten opzichte van Brent olie. Als gevolg hiervan daalde het verschil tussen Brent en WTI tot minder dan USD 10.

… terwijl het verschil tussen Brent en WTI verder afneemt

Wij denken dat het verschil tussen Brent en WTI verder zal afnemen en tussen de USD 5 – 10 zal blijven. De twee belangrijkste redenen hiervoor zijn: 1) de kosten van transport via trein of vrachtauto om olie van Canadese of Amerikaanse olieproductie-installaties te vervoeren naar de raffinaderijen aan de Amerikaanse golfkust zijn aanzienlijk hoger dan pijpleiding transporten. Zodra er meer pijpleidingen bijkomen, zal de korting op WTI verder afnemen. Maar er zal minimaal een verschil van USD 5 blijven omdat raffinaderijen anders een voorkeur zullen hebben voor goedkopere buitenlandse olie. 2) Er is nog steeds een risicopremie op de Brent olieprijs als gevolg van de mogelijke geopolitieke spanningen met Iraanse verkiezingen op komst in juni, de impasse in het Syrië conflict en Noord Korea’s dreiging tot mogelijk nucleaire aanvallen. Hoewel Syrië en Noord Korea geen grote olieproducenten zijn, ligt het risico van het overslaan van een escalatie naar de rest van de regio op de loer. Een escalatie kan ook een effect hebben op het beleggingssentiment.

De druk op olieprijzen houdt aan in het 2e kwartaal

Normaal is er een daling van de vraag naar energie in Q2. De energievraag voor verwarming neemt dan sterk af en in combinatie met het onderhoud aan raffinaderijen leidt dit tot een daling in de vraag naar olie. Ook vanuit een economisch perspectief blijft de vraag naar olie zwak. Wij verwachten de prijs van Brent olie te gaan dalen richting USD 90/vat alvorens te stabiliseren en weer te herstellen in de tweede helft van het jaar. Net als bij Brent, zullen ook de prijzen van WTI verder afnemen. Maar de opening van pijpleidingen tussen Cushing, Oklahoma en de raffinaderijen aan de Golf van Mexico zullen een grote daling voorkomen. Het tweede kwartaal wordt vaak gekenmerkt door twee seizoenspatronen in de VS die de vraag naar en de prijs van WTI beïnvloeden: Het ‘driving-season’ oftewel ‘het reisseizoen’ (waarbij veel Amerikanen vooral met de auto met vakantie gaan) en het orkaanseizoen. Wij verwachten dat WTI zal dalen tot USD 80/vat alvorens uit te stabiliseren.

Op de langere termijn blijven olieprijzen ook dalen

Veranderingen in de vraag naar risicovolle beleggingen zal de prijs van olie blijven domineren in 2013. De focus zal switchen tussen hoop op economisch herstel en teleurstelling naar aanleiding van tegenvallende resultaten, hogere niet-OPEC productie, lagere OPEC productie en geopolitieke spanningen. Als gevolg hiervan zal de Brent olieprijs blijven bewegen binnen de bestaande grote bandbreedte van USD 90-120/vat, hetzelfde als het patroon van 2012. Wij verwachten dat de gesprekken met Iran op een constructieve manier worden voortgezet na de verkiezingen in juni. De belangrijkste vraag hier is vooral of, en voor hoelang de VS en Israël accepteren dat het bij alleen gesprekken blijft zonder dat Iran ook daadwerkelijk actie onderneemt. Maar alles bij elkaar genomen, met een beperkte vraag naar olie (waarbij de zwakke vraag vanuit Europa wordt gecompenseerd door sterkere vraag vanuit Azië) en groeiende voorraden lijkt de langetermijnvisie te worden overheerst door mogelijk lagere olieprijzen richting USD 100 en USD 90 per vat in 2014 en 2015. Met stijgende productie in de VS en Canada lijkt het opwaartse potentieel voor WTI ook beperkt in de komende jaren waardoor een daling zelfs waarschijnlijker is (tabel 2). Wij verwachten dat WTI zal dalen tot USD 90 en USD 85 in 2014 en 2015.

5-forecast-em-mei

Ook Amerikaanse gasprijzen eindelijk omlaag

Europese gasprijzen (NL TTF) keerden al terug naar een normaal niveau in de eerste week van april (figuur 2), volgend op de VK gasprijs (NBP) die eind maart alweer daalde. De Amerikaanse gasprijzen bleven echter stijgen vanwege lager dan gemiddelde temperaturen en voorraden die onder het 5-jarig gemiddelde kwamen. Maar ook hier stokte de prijsstijging eind april en daalden de prijzen zelfs iets na het nieuws van verbeterende weersomstandigheden. Ook voor gas geldt dat het tweede kwartaal gepaard gaat met lagere vraag waardoor voorraden zich weer iets kunnen herstellen en prijzen verder dalen.

Lagere energieprijzen goed voor de consument en economie, maar nadelig voor de energiemix

De lagere olie- en gasprijzen zijn goed nieuws voor de consument. Immers, de directe kosten van brandstof en elektriciteit zullen dalen en dit zal een extra stimulans voor de economie betekenen. Verder, aangezien olie veel in de chemische industrie wordt gebruikt zal er ook een aanzienlijk indirect prijseffect voor de consumenten zijn. Ook op langere termijn zijn lagere energieprijzen gunstig. Met dalende olie- en gasprijzen daalt ook de inflatiedruk.

Bron: ABN AMRO Economisch Bureau, Thomson Reuters
EU en VS CPI versus Brent olie
Bron: ABN AMRO Economisch Bureau, Thomson Reuters

Dit heeft een positief effect op de wereldeconomie. Een berekening leert ons dat iedere daling van de olieprijs met USD 10, een verschuiving veroorzaakt van ongeveer 0,5% van het BBP van producenten naar consumenten. Aangezien consumenten de neiging hebben deze opbrengsten eerder te consumeren dan producenten zal de totale impact op de wereldeconomie positief zijn. Aangezien Brent daalde van USD 120/vat in februari naar onder de USD 100/vat in april, houdt dit in dat de economie met ongeveer 1,0% (jaar-op-jaar) extra groeit mits de olieprijs rond dit niveau blijft. Voor Europa en de VS zijn de positieve effecten op de economie zelfs nog iets groter omdat deze continenten netto importeurs van olie zijn. Met onze voorspelling dat olie- en gasprijzen verder gaan dalen, valt er dus meer economische voorspoed te verwachten.

Echter, er is ook een keerzijde. Immers, lage energieprijzen zullen ook leiden tot minder investeringen in alternatieve energie. Ontwikkeling van en investeringen in hernieuwbare energie staan al onder druk door de schalierevolutie in de VS, de toename van het gebruik van kolen in combinatie met de lage CO2 prijzen en de groei van de vraag naar energie in opkomende economieën. Lagere energieprijzen verlagen de economische noodzaak voor verdere ontwikkeling van een brede energiemix.