Energie Monitor juni – De overgeslagen voorjaarsdip

door: Hans van Cleef

  • De gasprijzen bleven in het voorjaar hoog met de stijgende vraag voor koeling in aantocht
  • Mogelijke onrust binnen de OPEC kan leiden tot hoge volatiliteit van olieprijs
  • Eensgezindheid op diverse niveaus nodig voor toekomstig gebalanceerde energiemix

Gasprijzen slaan de voorjaarsdip over

De gasprijzen in het VK (National Balancing Point = NBP) en Europa (Title Transfer Facility = TTF) zijn momenteel hoger dan verwacht. Normaal dalen gasprijzen aanzienlijk in het tweede kwartaal op basis van een lagere seizoensvraag. Deze keer is het echter anders aangezien de gemiddelde temperaturen in het VK en de rest van Europa ver onder de normale waardes bleven. Daardoor bleef de vraag naar verwarming groot, bleef voorraadvorming uit en nam de prijs niet af.

US Aardgas versus Aardgas EU/NL TTF (in USD/mmBtu) Bron: ABN AMRO Economisch Bureau, Thomson Reuters
US Aardgas versus Aardgas EU/NL TTF
(in USD/mmBtu)
Bron: ABN AMRO Economisch Bureau, Thomson Reuters

NBP en TTF prijzen lieten wel een daling zien aan het einde van het eerste kwartaal nadat de winterse weerscondities afnamen. Maar door het gebrek aan voorraadherstel bleven prijzen volatiel en sterk afhankelijk van weer-gerelateerd nieuws. In de VS bleef de stijgende trend van de Henry Hub gasprijs zelfs intact waarbij het eerste contract het hoogste niveau in 21-maanden (USD 4,44/mmBtu) bereikte alvorens tijdelijk iets af te zwakken om daarna weer boven de USD 4 te stijgen. De recente steun was te wijten aan een verwachte hogere toekomstige vraag naar gas en het nieuws dat het aantal aardgasproductie-platformen op het laagste niveau in 18 jaar is beland (Baker Hughes data). Nu de vraag door de beneden-gemiddelde-temperaturen van de afgelopen maanden moeiteloos over lijkt te gaan in een stijging van de vraag naar elektriciteit voor koeling,  zou de Henry Hub gasprijs wel eens boven de USD 4/mmBtu kunnen blijven. Echter neerwaartse prijsrisico’s op basis van normalisatie van weerscondities en berichten over voorraadvorming blijven nog steeds aanwezig. In onze Quarterly Commodity Outlook voor het tweede kwartaal hebben we de verwachting voor de US aardgasprijs reeds verhoogd van USD 3,50/mmBtu naar USD 3,90/mmBtu. Maar het zou kunnen zijn dat we nog te voorzichtig zijn geweest. Wij blijven de gasprijsontwikkeling nauwgezet volgen en zullen, indien nodig, zo spoedig mogelijk aanpassingen in de prijsvoorspellingen aanbrengen.

Olieprijzen in balans

Gedurende de afgelopen weken bleven de olieprijzen binnen een nauwe bandbreedte aangezien meerdere effecten elkaar in balans hielden. De impact van hoop op economisch herstel werd teniet gedaan door tegenvallende data terwijl de impact van hogere productie werd tegengegaan door mogelijke productiestoornissen. Dit had tot gevolg dat de Brent olieprijs in de smalle USD 100-105 range bleef. Ook voor olie staat het tweede kwartaal normaliter in het teken van voorraadvorming en lagere prijzen als gevolg van een afname van de vraag naar olie. Wij verwachten dat dit in de komende weken voor Brent olie het geval zal zijn.

Brent en WTI olie in USD per vat (1e contract) Bron: Thomson Reuters
Brent en WTI olie in USD per vat
(1e contract)
Bron: Thomson Reuters

WTI heeft daarentegen haar eigen drijfveren. Memorial Day in de VS is traditioneel de officiële start van het zogenaamde ‘driving season’. Gedurende dit seizoen gaan veel Amerikanen met de auto op vakantie. Dit leidde vroeger tot een merkbare stijging in de vraag naar olie en oliedistillaten. De laatste jaren neemt de impact af en wordt deze vervangen door de stijging van de vraag voor koeling door koelinstallaties zoals airconditioners. De hogere vraag kan de prijs voor WTI echter rond de huidige niveaus houden voor de komende maanden aangezien deze stijgende vraag wordt gecompenseerd door de verwachte stijging in productie vanuit de VS en Canada. Iets anders wat de komende weken in de belangstelling zal staan, is de ontwikkeling rond de Keystone XL pijpleiding. Deze leiding zal (schalie-)olie moeten gaan vervoeren van Canada naar de Golf van Mexico. Hoewel de Obama administratie geen akkoord heeft gegeven voor een deel van het traject door de mogelijke impact op het milieu, heeft het Huis van Afgevaardigden een wetsvoorstel goedgekeurd. Dit wetsvoorstel houdt in dat een Presidentiële toestemming niet langer nodig zou zijn om het Canada-Nebraska deel van het traject goed te keuren. Het wetsvoorstel moet nog door de Senaat worden goedgekeurd om het toegezegde veto van President Obama te omzeilen. Zodra de pijpleiding volledig klaar is zal het de noodzaak voor Amerikaanse raffinaderijen om olie te importeren drastisch verminderen en daarmee is de pijpleiding een belangrijke stap voor de energie-onafhankelijkheid van de VS. Zowel Brent als WTI zullen in smalle bandbreedtes blijven gedurende de komende weken. Zodra economische activiteiten verder zullen aantrekken in de loop van de zomer zou de volatiliteit kunnen toenemen terwijl de impact van de stijgende productie naar de achtergrond kan worden gedrukt. Dit kan mogelijk resulteren in tijdelijke steun voor olieprijzen richting het einde van het jaar. Desalniettemin geloven wij nog sterk in het scenario van gematigd dalende olieprijzen op langere termijn door aanhoudende overproductie.

OPEC kampt met dilemma’s

De ‘Organization of the Petroleum Exporting Countries’ (oftewel de OPEC) vergadering op 31 mei gaat niet zozeer over de olieprijzen. Immers, de Brent olieprijs bevindt zich comfortabel net boven de USD 100/vat en daarmee leek het duidelijk dat het afgesproken productieplafond op 30 miljoen vaten per dag blijft liggen. Meerdere olieministers gaven eerder al aan dat zij de huidige balans tussen vraag en aanbod prima vinden. De werkelijke productie kan gedurende de zomermaanden zelfs iets verhoogd worden door Saudi-Arabië om aan de extra seizoens-vraag te kunnen voldoen en later dit jaar weer worden teruggebracht.

Totale OPEC productie (in miljoen vaten per dag) Bron: PIRA Energy Group
Totale OPEC productie
(in miljoen vaten per dag)
Bron: PIRA Energy Group

Tijdens de twee-jaarlijkse vergadering van de OPEC, blijkt dat de organisatie met drie belangrijke dillema’s kampt. Het eerste dilemma waar de OPEC mee in haar maag zit is de opvolging van de huidige secretaris-generaal de heer Abdalla El-Badri. Hij heeft zijn terugtreden al uitgesteld omdat Saudi-Arabië en Iran tot nog toe hebben gefaald in het aanwijzen van een nieuwe leider. De twee grote olieproducenten hebben eerder moeilijkheden gehad met bemannen van deze belangrijke post, zeker als het iemand betrof van het andere land. Dit leidde er al toe dat tussen 2004 en 2007 geen officiële secretaris-generaal was totdat de heer El-Badri, een Libanees, aangesteld werd. Om uit de impasse te geraken heeft ook Irak nu een kandidaat aangewezen, de heer Thamir Ghadhban (energieadviseur van de Irakese minister president) waardoor een oplossing voor de komende vijf jaar wellicht iets dichterbij is gekomen. Mocht dit niet het geval zijn, dan zouden oplopende spanningen binnen de OPEC kunnen leiden tot een verhoogde prijsvolatiliteit.

Het tweede dilemma waar de OPEC mee kampt is hoe de organisatie moet inspelen op de schalieolie ontwikkelingen in de Verenigde Staten. Sommige producenten, waaronder Saudi-Arabië, zien schalieolie als een welkome aanvulling op het huidige energie-aanbod. Immers, de olieprijzen zijn wel gedaald maar zitten nog op comfortabele niveaus, de reservecapaciteit hoeft niet te worden aangesproken waardoor er meer rust komt op de markt en er is voldoende capaciteit om direct te reageren in het geval van calamiteiten. Met andere woorden, de risicopremie op Brent olie kan zelfs wat worden verlaagd. Toch zijn er ook producenten die hier meer moeilijkheden mee hebben en de opkomende productie in de VS en Canada als een bedreiging zien. Kleinere exporteurs zoals Nigeria en Angola, die vooral naar de VS exporteren, zien hun export dalen en hebben moeite nieuwe afnemers te vinden. De financiële afhankelijkheid van de olie export verschilt enorm voor de verschillende OPEC leden en dat kan leiden tot frictie.

Olieproductie Saudi-Arabië vs Iran (in miljoen vaten per dag) Bron: PIRA Energy Group
Olieproductie Saudi-Arabië vs Iran
(in miljoen vaten per dag)
Bron: PIRA Energy Group

Ook Iran ziet de Amerikaanse productie als een bedreiging. Immers, door de Europese en Amerikaanse sancties is de olie-export vanuit Iran flink aan banden gelegd wat enorm drukt op de olie-inkomsten van Iran. Als nu de prijzen ook nog eens onder druk komen door het grotere aanbod zal Iran de pijn extra hard voelen. Ook dit belang kan overigens meespelen in de keuze van een nieuwe secretaris-generaal.

Het derde dilemma is er één met een iets langere horizon. Dat gaat vooral om de vraag hoe men binnen de OPEC om moet gaan met de ambitie van Irak om de productie in de komende jaren bijna te verdrievoudigen. De vraag naar olie zal in de komende jaren slechts gematigd stijgen vanwege het economische klimaat, efficiencyslagen en de opkomst van andere energiebronnen. Dit houdt in dat een sterke stijging van de olieproductie in Irak leidt tot ofwel een aanzienlijk overaanbod (dus lagere prijzen), of tot een aanzienlijke verlaging van de productie in andere OPEC landen. Dit laatste heeft uiteraard een flinke economische impact op de betrokken landen. Al met al dus genoeg om de komende tijd over te discussiëren en dat zal er in ieder geval toe leiden dat de volatiliteit van de olieprijzen niet veel zal afnemen op korte termijn.

Meer beleid en visie nodig voor gebalanceerde energiemix

Het gebrek aan een helder en eenduidig energiebeleid, niet alleen lokaal, maar vooral ook in een breder perspectief (Europa, VS, Azië, of zelfs wereldwijd), resulteert in een wirwar van energie-initiatieven. Door verschillen in visie blijven individuele belangen domineren terwijl samenwerking in een breder verband nodig zal zijn om tot een goed gebalanceerde energiemix te komen. Zo’n mix is nodig om de CO2 uitstoot reductie doelstellingen te halen, investeringen in nieuwe technologieën te stimuleren en aanbod van energie te garanderen gedurende de transitiejaren richting een 100% duurzame energie-aanbod in 2050. Momenteel is de Europese Commissie bezig met een plan om invoerrechten van gemiddeld 47% op Chinese zonnepanelen te heffen. Een zelfde heffing is vorig jaar al door de VS geïmplementeerd. Volgens de EU is de maatregel nodig om lokale producenten de steunen terwijl de Chinese producenten onder de kostprijs verkopen. Of deze maatregelen zullen helpen is niet duidelijk. Immers, zonnepanelen van Europese producenten zijn duurder en veel consumenten kopen deze panelen enkel en alleen als ze genoeg subsidie van de overheid ontvangen. Deze maatregel zal daarom bijna zeker de transitie richting een duurzamere energiemix schaden. Verder is het halen van de gestelde CO2 reductie doelstellingen al een enorme uitdaging in de huidige marktomstandigheden, en deze maatregel maakt het nog moeilijker. Tot slot zouden de Chinezen ook tegenmaatregelen kunnen nemen die het economisch herstel in Europa schaden. Maar er is niet alleen discussie in de zonne-energie markt.

IEA Mondiale Energiemix Verwachting (in miljoen ton olie-equivalent) Bron: International Energy Agency (IEA)
IEA Mondiale Energiemix Verwachting
(in miljoen ton olie-equivalent)
Bron: International Energy Agency (IEA)

Ook windenergie levert discussies op. Veel overheden bouwen nieuwe windparken om het percentage duurzame energie te vergroten. De invloed op het landschap wordt door veel inwoners, maar ook door lokale overheden, aangegrepen om deze plannen tegen te werken. Verder zien we verhitte discussies bij de plannen voor proefboringen naar schaliegas in Europa. In Duitsland zijn de bierbrouwers in het gelid gekomen om te waarschuwen voor de mogelijke impact op de bierindustrie. De ‘Energie-wende’ heeft in Duitsland sowieso al tot veel commentaar geleid vanwege de enorme stijging van de kosten van energie en het feit dat men nog steeds afhankelijk is van fossiele energie ten tijde van extremere weersomstandigheden. Dit toont aan dat een te abrupte verandering van de energiemix weer leidt tot andere problemen. Zolang Europese leiders geen gezamenlijk belang vinden in het creëren van een wijdverspreide en breed gedragen energiemix zullen nationale overheden blijven focussen op hun eigen beleid. Maar met energieprijzen die in Europa aanzienlijk hoger zijn dan in Amerika – en dus een negatief effect hebben op de concurrentiepositie – , zal het onderwerp zeker besproken worden tijdens de komende Europese top waarbij we hoop houden op de ontwikkeling van een veilige, duurzame en concurrerende energievoorziening in de toekomst.