Best practice: investeren door intensieve samenwerkingsvorm

door: Menno van Leeuwen

img_136128777351239a5ddec80Menno van Leeuwen in gesprek met Igor Milder, medeoprichter Open Industries.

De TMT-sector kent veel investeerders met een focus op snelgroeiende innovatieve bedrijven. Open Industries valt op door zijn afwijkende investeringsmodel, dat nadrukkelijk geen exits propageert. Medeoprichter Igor Milder: “Nederlanders denken van nature niet lange termijn, van origine zijn we handelaren. Dat verklaart wellicht de exitdrang van veel ondernemers.”

Vanwege de risico’s die investeringen in innovatie nu eenmaal met zich meebrengen, is het logisch dat de gemiddelde TMT-investeerder veel sectorkennis bezit. Vaak is hij zelf ook TMT-ondernemer om zodoende de slagingskans goed te kunnen beoordelen. De oprichters van Open Industries zijn met hun verleden in de mediasector geen uitzondering op deze regel. Zonder meer wél afwijkend zijn hun investeringsmodel en bedrijfsfilosofie. Open Industries stelt zich feitelijk op als de nucleus van een aantal zeer intensief samenwerkende bedrijven die min of meer onafhankelijk van elkaar opereren, en toch werken aan een succesvolle ontwikkeling door langdurige samenwerking. Behalve het delen van kennis, ervaring, know-how en netwerken, kan Open Industries dan ook kapitaal verschaffen. Het doet dat eerder op een wijze zoals een bank dat doet dan als investeerder. Igor: “Waar anderen over deelnemingen praten, hebben wij het over leden. En ‘exit-strategie’ geldt bij ons als een vies woord.”  

Exit geeft beperkte voldoening

Als voormalig CEO bij internetmarketingbedrijf Lost Boys weet Igor uit eigen ervaring wat een exit is. Het proces vreet energie en geeft uiteindelijk beperkte voldoening, vindt hij. Mede-initiatiefnemer Jalbert Kuijper had na de verkoop van hun bedrijf hetzelfde gevoel. “We zeiden tegen elkaar: ‘Now let’s build something that lasts’”. De keuze viel op de ontwikkeling van een afwijkend investeringsmodel voor de TMT-sector. Sinds januari 2011 investeren de twee in ondernemingen die actief zijn in een van de sectoren health, energy, mobility, education en altijd in combinatie met internet. Met als voornaamste criteria ondernemerschap dat de nadruk legt op passie, talent, maatschappelijke bewogenheid en oog voor de lange termijn.

Bouwen aan mix van uiteenlopende bedrijven

Bij Open Industries kunnen bedrijven die aan bovenstaande voorwaarden voldoen, lid worden en in aanmerking komen voor leningen. In ruil daarvoor staan ze een minderheidsaandeel af en betalen ze lidmaatschapsgeld en rente. De contributie kan oplopen naarmate een bedrijf langer actief is. En een dividenduitkering komt alleen aan de orde als dat past in de strategie en financiële gezondheid van de onderneming, vertelt Igor. “Hierdoor passen zowel startende als volwassen bedrijven in het model. Uiteindelijk proberen wij een brede mix te creëren van bedrijven die qua omvang en activiteit van elkaar verschillen.” Open Industries speelt hierbij dus een rol die veel verder gaat dan alleen bank: het heeft in alle ondernemingen een significant (minderheids-) belang en besteed veel tijd en aandacht aan de intensieve samenwerking met elkaar.

Innovatie op de lange termijn waarborgen

Het uiteindelijke doel van het systeem is waarborging van innovatie op de lange termijn. Igor: “Feitelijk bouwen wij een eigen ecosysteem. We hebben er daarom bewust voor gekozen om geen fonds te zijn, maar een coöperatief, open model.” De Japanse structuur van de keiretsu geldt hierbij als voorbeeld. Dit is een groep van verwante bedrijven met wederzijdse minderheidsbelangen en in het centrum een bank. De keiretsu speelt een belangrijke rol in de Japanse auto-industrie, weet Igor. “Het voorkomt vijandige overnames. Maar het helpt de deelnemers ook om innovatie op de agenda te zetten en op lange termijn te waarborgen.”

Geen exits nodig voor verdere investeringen

Twee jaar na de start telt het initiatief acht leden en constateert Igor met tevredenheid dat het model werkt. “De grotere bedrijven uit ons portfolio zijn winstgevend. Zij investeren zelf weer in de kleinere organisaties. En hoe meer aangesloten bedrijven willen investeren, hoe meer leden we krijgen en hoe meer kapitaal er binnenkomt om weer uit te zetten. Een traditioneel private equity fonds heeft exits nodig om mooie korte termijn rendementen te laten zien. Wij doen daar niet aan mee.”

Geen spanningen door gedeelde filosofie

Toch houdt Igor een open oog voor de haken en ogen die aan het systeem zijn verbonden. Volgens sommigen is het model in Japan inmiddels op zijn retour. “Cruciaal voor een goede werking is dat alle stakeholders uitgebalanceerde, uniforme belangen hebben,” weet Igor. “Alleen op die voorwaarde werkt het.” Naar eigen zeggen heeft hij gelukkig nauwelijks te maken met verschillen van inzicht. We letten er kritisch op dat ondernemer en investeerder dezelfde filosofie aanhangen. Deelnemers moeten bereid zijn zich op lange termijn aan de groep te verbinden.”

Diensteninnovatie in plaats van technologie

Het mag duidelijk zijn dat Igor een broertje dood heeft aan de exitdrang die hij bij veel TMT-ondernemers terugziet. “Er zijn natuurlijk uitzonderingen, maar met uitzondering van familiebedrijven, verzuimen Nederlanders van nature vaak om over de lange termijn te denken. Van origine zijn we handelaren, dat verklaart die houding wellicht.” Wie die handelsmentaliteit als een gegeven feit beschouwt, moet volgens Igor concluderen dat de Nederlandse TMT-sector zich beter kan richten op diensteninnovatie dan op pure technologie. “Technologie wordt door onze handelsgeest te snel van de hand gedaan. De BV Nederland profiteert meer van diensteninnovatie waarbij de werkgelegenheid kan groeien.”

ABN AMRO spreekt geregeld met investeerders om goed te kunnen inschatten naar wat voor soort bedrijven zij op zoek zijn. Zo kan zij bedrijven en investeerders optimaal bij elkaar introduceren. ABN AMRO heeft geen voorkeur voor het ene model boven het andere. Wel is zij ervan overtuigd dat de overtuigingen en ambities van ondernemer en investeerder naadloos op elkaar moeten aansluiten.